Stromhold Citystate - Biografieën.   Posted by Jasper 't Jong.Group: 0
Jasper 't Jong
 GM, 71 posts
 I am here as me
 Now how about you?
Tue 21 Feb 2012
at 16:29
Stromhold Citystate - Biografieën
Hola! Post hier al je biografieën onder een enkele post van je players naam. Dus niet je karakter!  Vb:

Roger heeft de bios van Elkar en Caerus gepost in een enkele post.

Dus....

Zie ook wat ik geschreven heb in de huisregels :D
Giel
 player, 127 posts
Wed 22 Feb 2012
at 15:13
Re: Stromhold Citystate - Biografieën
Quelzall


This haughty, arrogant, bossy, selfrighteous creature charged the one thing that could knock her dead in one strike


Meanenaedor


Once upon a time, this elf was very swiftly created by a guy named Giel to substitute his
dead D&D character, only to die in the same session. The End
Apparently, Die Hard and Domination is a great Combo for a DM to use against you. :P


'Aargh!


This Half-Orc has the look of a human pirate about him. The only things that give away his heritage are his small tusks, the pitchblack curly hair and the reddish black glow in his eyes.

Hardened by various sea travels and surviving in various sleazy pubs with a big purse has led to his proffession: Mercenary and Pirate hunter.

It is true that his human mother named him after the same cry when she first laid her eyes on him at birth. These were also her last words in this world. Not interested in avenging his mother by hunting down his biological father, 'Aargh was mustered upon a ship one day to be a deckhand. Unaware at the time what dangers the open sea might hold, he willingly signed the contract that would eventually make him the sole survivor of The Stagnant Rose, a now sunken trader vessel. After being forced into a life of Piracy, 'Aargh never could feel at home with these murderous rapists. They reminded him too much of what he believed to be his father's racial ways. Therefore, one day he fled during a raid. His continued travels led him to the Stromhold Citystate, where he offered his skills to the highest bidder. Although he is half orc, he does not take pride in this bloodline and secretly wishes to be rid of it.

It is here where he learned of a contract to rid Stromhold of a powerful vampire and decided to follow the group of adventurers that was sent towards it.

He arrived fairly late to the point where the vampire was almost already defeated.  Slightly dissapointed about missing all the action, 'Aargh offered his services to the group of adventurers.



Eldrinnor 'Preacher' Barktender



Born on the farmlands around Stromhold, this Elven male has lived a life of relative peace and calm, in constant care of his natural surroundings. That all changed when his first pilgrimage led him to the city of Stromhold.

Seeing the various religious devotions in this city and the extremity to which this was being taught, he noticed that practicing religion in Stromhold has no balance in it, only struggle and a constant clash of extermities.

With this in mind, Eldrinnor set out to preach balance in religion, to unteach extremism in relgion and to calm the tensions between religious differences.

During the 5th annual pilgrimage of the temple of Obad-Hai, he encountered a most peculiar animal on the dry plains. It moved with tremendous speed and a feline grace that somehow triggered a longing inside the druid. From this longing the creature responded acceptingly, wanting to be with Eldrinnor.

Leah has bean with Eldrinnor ever since, at his side, being a playfully but devoted cheetah. They have been on various pilgrimages together, often accompanied by adventurers fulfilling contracts. Eldrinnor often accepted contracts himself to escape the pressing tensions between the temples in Stromhold and to spread the beliefs of his modest faith where he can.

This message was last edited by the player at 15:31, Wed 22 Feb 2012.

Stefan
 player, 213 posts
Wed 22 Feb 2012
at 15:20
Re: Stromhold Citystate - Biografieën
XIAN WU

Ik ben getraind in vele vormen van oosterse krijgskunst en wapen
gebruik, op een school hoog in de bergen. Ik leef in schaduw en beweeg in stilte.
De school wordt bestuurd door een oude maar wijze man, genaamd Yian Wu-Li.
Hij is erg strikt met wie hj trained. Niet iedereen kan bij hem in de leer.
Ik kwam daar toen ik nog heel klein was.

Ik woonde in een klein huis in het bos, samen met mijn vader en
mijn twee oudere broers.
Mijn broers zochten altijd een rede om mij te treiteren.
En het leek mijn vader niet te interesseren.
Mijn vader had mij vertelt dat mijn moeder was overleden toen
ik nog een baby was.

Op een dag ben ik weggelopen van huis. Ik kon er niet meer tegen.
Ik was 12 jaar oud.
Ik rende naar de dichts bijzijnde stad, waar ik een baan vond als
stal knecht.
Tijdens mijn werk was ik altijd aan het springen en klimmen.
De stal omhoog en omlaag, op de hooi balen, en ik liep vaak op
de balken die het dak omhoog hielden.

Toen op een dag liep er een vreemde man langs de stallen en zag mij
springen en klimmen.
Hij kwam naar mij toe en begon vragen te stellen over mijn behendigheid.
Na een tijdje gepraat te hebben met de vreemdeling, vroeg hij mij met hem
mee te komen naar een plaats waar ik die vaardigheden kon expanderen.
Hij zei dat hij veel potentie in mij zag.
Hij hees mij op een paard en bracht mij naar een plek
hoog in de bergen.


De reis ging over een steile weg lang de buitenkant van een berg.
Op een gegeven moment kwamen we aan bij een tunnel.
Naast de tunnel was een klein huis met een stel gebouwt.
De vreemde man begeleide zijn paard de stal binnen en liet het paard alleen.
Hij zei dat we vanaf hier moesten gaan lopen.
Na een halve dag lopen over een steile weg kwamen we aan bij een groot gebouw.

Het was een laag gebouw met een grote binneplaats.
Het gebouw had een soort hoefijzer vorm.
Rondom het gebouw groeide verschillende bomen.
Je zou zou het een klein bos kunnen noemen.
Middenop de binnenplaats stond een boom. Een boom vol met bloesem.
Ook waren er allemaal figuren in verschillend gekleurde pakken bezig met verschillende dingen.
De een stond te gooien met ijzeren stervormige dingen, naar een bord.
Weer twee waren bezig elkaar de slaan met een zwaard.
En er was een groep bezig om een wand op te klimmen.
Het zag er allemaal vreemd uit op dat moment.
Wat me op viel dan te voornamelijk mensen en elven waren, maar er liep ook een dwerg en een halfling.

De man leide mij naar een kamer en zei dat ik daar moest wachten, en hij vertrok.
Na een paar minuten kwam hij terug samen met een oudere man, ik schat zo
ergens achter in de 60.
The oude man vertelde mij dat dit een school was voor ninja's, en dat hij
had gehoord van mijn behendigheid.
Hij bood aan mij hier te trainen. Omdat ik niet echt een eigen onderkomen
had besloot ik op zijn aanbod in te gaan en te blijven.
Ik trainde elke dag erg hard en werd een van Meester Yian's beste leerlingen.
Maar de man die mij hier bracht heb ik nooit meer gezien.

Ik leide een erg vreedzaam leven hier in de bergen.
In het begin moest ik veel vervellende klusjes doen tussen het trainen door zoals water halen, de Dojo schoon maken, binnen plaats aanvegen.
Maar ook de rommel in de ruimte waar de wapens gemaakt werden opruimen.
Vooral water halen was vreselijk. Dan kreeg je een juk over je schouders met aan beide kanten een emmer aan een ketting.
En daar moest je mee naar de bron om water te halen voor het eten en om te wassen. Die bron bevondt zich veel lager dan de school.
Heen ging meestal wel, maar terug met volle emmers was een ramp.

Meeste Wu Li zei dat die klusjes met zouden helpen om sterker en behendiger the worden.
In het begin begreep ik niet wat hij daar mee bedoelde, maar na een tijdje begon ik me toch sterker te voelen.
En zo was dat met meer klussen, je ging ze steeds makkelijker doen.

Er waren twee slaap vertrekken op de school.
Een voor de studenten, en een voor meester Wu Li.
Het slaap vertrek was gewoon een grote ruimte, waar iedereen sliep.
Je had geen ruimte voor jezelf, niemand had geheimen voor elkaar.
Persoonlijke spullen waren verboden.
We sliepen op rieten matjes met een hoofdkussen en een deken.
Het lag kei hard, maar ik was er wel snel aan gewend omdat mijn broers mij regelmatig uit mij bed trapte.

Ik had maar èèn echte vriend, een Elf meisje genaamd Aleandra.
We trainde bijna altijd samen.
Altijd hadden wij onze competities onderling.
Zelf als we samen water gingen halen deden we wie het eerst terug was.
Na een antal jaren gewoond te hebben op de school vertelde Meester Yiang mij dat hij mij niets meer te leren had op het moment.
En dat de beste manier op verder te trainen was, dat ik er opuit ging.

Toen op een avond werd de school aangevallen door een groep ninjas.
Alle studenten vochten met hun leven op de invasie te stoppen.
Eèn man, waarschijnlijk de leider, stapte in de chaos naar voren en zei dat hij zocht naar een jongen.
De man was groot en droeg een zwart ninja tenue.
Voor zijn gezicht droeg hij een masker van het gezicht van een of ander demoon.
Ik heb nooit echt begrepen naar wie hij nu zocht, omdat Meester Yiang en Aleandra voor hem sprongen.
Beide partijen stonden eerst tegen elkaar te schreeuwen, iets over een jongen die hier woond of heeft gewoond.
Meester Yiang riep dat de jongen die hij zocht hier nooit gewoond heeft.
The gemaskerde man riep nog iets en viel Meester Yiang en Aleandra aan.
Het was een heftige strijd tussen bijde partijen.
Ik begon te rennen om hen te helpen maar kwam te laat.
Toen ik daar aan kwam werd meester Yiang opzij geschopt tegen een muur en Aleandra lag aan de voeten van de gemaskerde man.
De man raapt Aleandra op en gooide haar over zijn schouder, en riep dat als wij haar ooit levend terug wilde zien, dan moesten we de jongen naar hem toe brengen.
Toen de aanval over was rende ik naar Meester Yiang, tilde hem van de
vloeren bracht hem naar zijn slaapvertrek.

Mijn meester was niet dood, maar werd dagen lang niet wakker.
Toen besloot ik dat het tijd was om Aleandra te gaan zoeken.
Eerst ben ik nog lang het huis gegaan waar mijn broers en vader woonden.
Helaas toen ik aan kwam was het huis afgebrand en lagen er twee verkoolde lichamen op de grond.
Ik kon niet opmaken wie dat waren. En ik vroeg me af waar de derde persoon was.
Ofzou mijn vader inmiddels al gestorven zijn?
De twee lichamen heb ik daar op die plek begraven, en ben vol woede en verdriet verder gegaan.

Ondeweg hoorde ik van een stad waar alles en iedereen rond loopt, en contracten uitgedeeld worden aan iedereen die wel wat werk wil verichten.
Deze stad was de ideale gelegenheid om mijn vaardigheden op de proef te stellen.

Ik raakte daar al snel bevriend met een groepje avonturiers die zeiden dat
ze nog wel een metgezel konden gebruiken.
En zo zijn wij op zoek gegaan naar avontuur......................
En misschien vindt ik daar wel aanwijzingen of de jongen waar ze het
over hadden.Of zouden ze mij..............?
--------------------------------------------------------------------------------

CHUNK

Oorlog!  Wat een concept. Nooit geweten dat het zo veel ellende met zich mee bracht.
Wij zijn gemaakt om te dienen. Om te doden.  Dat is alles. Zonder vragen te stellen. Zonder gevoel.

Lang geleden heerste er een vreselijke oorlog. Een oorlog zo erg dat de bevolking behoorlijk werd uitgedund. Deze oorlog duurde jaren. En de legers werden steeds kleiner omdat er steeds minder mensen over bleven om te kunnen vechten. Men kon elke volwassen man wel in zetten. Maar het normale leven moest ook door gaan. En kinderen konden niet vechten.
Daarom, op een dag, riep mijn meester al zijn adviseurs en geleerde bij elkaar.
Van elke hoek uit het land kwamen de geleerde bij elkaar.

“We moeten wat doen, dit kan zo niet langer!” riep de koning. “Als we zo door gaan blijft er aan het eind niemand meer over. Iemand ideeën?”. En zijn ogen gingen de tafel rond.
Iedereen keek elkaar aan, toen weer naar de koning, en toen weer naar elkaar.
Een van de geleerde stond op. “Hoogheid. Er is altijd een mogenlijkheid om een leger met constructs te maken van metaal.” “Constructs?” reageerde de koning vragend. “Maar die dingen zijn niet in de hand te houden. Tenzij er een magier bij blijft. En dan nog moeten we er genoeg hebben om een heel leger te kunnen vormen”.  “Nee sire, er is een mogenlijkheid om met hout en metaal een construct te maken die gewoon bevelen opvolgt en verder zelf kan denken tijdens een gevecht. Het is oude magie, maar het is mogenlijk.”
“Maar hoe komen we aan zoveel metaal en hout om een heel leger te maken?” riep een andere geleerde. “We kunnen de Dwergen om genoeg metaal vragen en wat hout betreft. Bossen kunnen we weer aanplanten.” riep een andere geleerde.
“Maar als we de bossen kappen krijgen we de Elven op ons dak.” riep weer een ander.
Het werdt een rumoer van de hoogst orde. Ierdereen riep door elkaar heen.
De koning stond op, deed beide armen de lucht in. “MENSEN! MENSEN!”
Iedereen werdt stil, en keek de koning aan. “Laten we allemaal kalm blijven en rustig nadenken. We kunnen vast wel tot een diplomatieke oplossing komen met de Elven. Maar voor nu moeten we een beslissing nemen.”
Zo gezegt zo gedaan. Alles werdt in touw gezet om het idee te realiseren. Al na een week kwamen de eerste constructs to leven. En na een maand van voorbereiden ontstond er een leger waar niet mee te spotten viel. Overal waar je keek zag je Warforged.
Fighters maar ook Mages.

De oorlog ging verder. We waren niet te stoppen en de linies van de vijand werden goed uitgedund. Na een nog  ongeveer 3 maanden was de oorlog zo goed als over. We hadden gewonnen. Er was bijna niemand meer over van de legers van de vijand. En beide koningrijken kwamen tot een overeenkomst.

Een maand later begon de wederopbouw van het rijk. Alle warforged werden ingezet om te helpen. Omdat we met zoveel waren, en wij geen slaap nodig hebben zoal mensen doen, waren we binnen een jaar klaar met alles.

Na dat jaar kwam het volgende probleem. Waar gingen ze al die warforged laten als ze niet nodig waren. Niemand wist daar een goede oplossing voor te verzinnen. Dus werden heel veel van ons vrij gelaten om te gaan en staan waar we willen. Veel van ons werden in gehuurd in de steden als wacht voor warenhuizen. Ook werden er een paar gebruikt door de onderwereld voor “bepaalde” doeleinden.

Maar trokken er veel de wereld in, op zoek naar ervaringen, leren, helpen, avontuur.
Maar vooral de ervaringen die je daar mee op doet.

Zo ben ik uiteindelijk in Stromhold aangekomen na een lange reis. Onderweg met een aantal verschillende groepjes meegereisd. Veel geleerd over andere soorten rassen.
Hoewel gnomen en halflings vaag blijven. Maar ondanks dat is deze groep het meest rare wat ik heb gezien. Iedereen heeft wat tegen elkaar maar toch werken ze samen. Maar goed ik zal wat dat betreft vlees zakken  mischien nooit begrijpen.
--------------------------------------------------------------------------------

SUCAL

Bij de haard van de Frontier Inn zit een man met het vuur te spelen.

"Of ik het sturen van elementen geleerd heb uit een boek vraagt u?
Nee, die gave heb ik al vanaf mijn geboorte. Maar ben in de leer geweest bij een meester
om mijn gave te kunnen beheersen.

Waar ik vandaan kom is het sturen van de elementen vrij normaal.
Niet dat iedereen er aanleg voor heeft, maar het is niet ongewoon iemand tegen te komen die het kan.
Van mijn 3de levenjaar werd het duidelijk dat ik de gave bezat. Het kwam naar voren toen ik met mijn
ouders op een avond voor het haardvuur zat. Ik keek als gehypnotiseerd naar de vlammen en probeerde
ze steeds aan te raken. "Pas op Sucal" zei mijn moeder "dat is heet".
Toch bleef ik doorgaan, toen er in eens een vlam naar mijn hand kwam.
Mijn ouders schrokken. Maar ik gilde niet van pijn. Nee, integendeel.
De vlam bleef branden op mijn handpalm. Zonder dat het zeer deed.
Tot grote verbazing van mijn ouders. Want in de familie is al jaren niemand meer geweest die ook maar
iets van element sturing kon doen.

De volgende ochtend besloten mijn ouders mij te laten testen bij een Elementalist meester.
Die zette mij op de grond en voor mij zetten hij 3 schaaltjes. Een met water, een met zand, een met
schaaltje met olie die hij liet ontbranden. Zetten daarna een stap naar achter en liet mij, met mijn
kinderlijke nieuwsgierigheid, de 3 schaaltje onderzoeken.
Ik ging eerst op het vuur af. Dat was tenminste herkenbaar. En natuurlijk probeerde ik dat te pakken.
Het resultaat was hetzelfde als bij het haardvuur. De vlam kwam op mijn hand zonder dat het zeer deed.
"Interessant" zei de meester terwijl hij over zijn kin wreef.
Toen kroop ik naar het schaaltje met het water. Het enige wat er gebeurde was dat er een klein beetje
een rimpeling onstond op het water oppervlak. Het schaaltje met zand viel gelijk om toen ik er naar
probeerde te grijpen. En al het zand kwam in een lijn naar mij toe.
"Zeer Interessant" ze de meester nog een keer. "Dan heb ik nog een test." Hij pakte mij op en liep met
mij naar een bak gevuld met kussens. Klom op een trapje dat daar bij stond en liet mijn vanaf daar
vallen in de bak. Met een doffe plof, verdween ik tussen de kussens.
"Hmmmm. Het is duidelijk dat uw zoon de gave heeft om elementen te sturen. Voornamenlijk vuur lijkt
zich nogal aangestrokken te voel to hem." Hij draaide zich naar mijn ouders. "Ik zal hem graag willen
opleiden tot Elementalist. Het is lang geleden dat we iemand hebben gehad waar vuur zo sterk op reageerde.
Al de andere elementen komen met een beetje training ook wel. Al zal lucht het moeilijkst zijn. Maar ook
daar zal hij mee om leren gaan." Mijn ouderers keken elkaar aan. "Zal hij dan hier blijven zijn hele leven?"
"Als u akkoord gaat zult u inderdaad afscheid moeten nemen van uw zoon. Totdat hij oud genoeg is om op zijn
eigen benen te kunnen staan." Mijn moeder begon te huilen. "Het doet pijn. Maar ik ben bang dat als we het
niet doen. Hij zijn kracht niet onder controlle weet te houden naarmate hij ouder wordt" zei mijn vader.
Mijn moeder keek op naar mijn vader en knikte. "Ik ben bang dat je gelijk hebt." "Dan is het afgesproken"
antwoorde de meester. "Sucal zal vanaf vandaag bij mij in de leer gaan om de elementen te leren sturen".

27 jaar lang was mijn leven gewijd aan het leren en trainen van element sturing. Vuur ging mij goed af.
Aarde heb ik ook aardig onder de knie. Nu is het tijd om me te gaan verdiepen in een nieuw element.
Mijn meester riep mij op een dag bij zich. "Sucal. Je bent een goede student. Maar heb ik niet lang
meer te leven vrees ik. En er is niemand die je training kan voortzetten. Veel meesters zijn vertrokken
of aan ouderdom overleden. Ik wil dat er op uit trekt en je training voortzet op eigen kracht. Denk aan
wat ik je geleerd heb. Heb respect voor de elementen en ze zullen je helpen. En wie weet kom je iemand
tegen die jou kan helpen." Met die laatste woorden blies hij zijn laatste adem uit.
"Ik zal u niet teleur stellen meester." en ik boog diep.

Een paar dagen heb ik nog in het huis van mijn meester gewoond. Het was tenslotte ook mijn thuis.
Ook heb ik mijn meester een gepaste begravenis gegeven. Van steen heb ik een altaar gemaakt. En mijn meester
daarop gelegd. Vervolgens heb ik hem gecremeerd. Toen zijn lichaam helamaal was verdwenen heb ik met water
de vlammen gedoofd en uiteindelijk heeft de wind zijn as meegenomen.
Toen heb ik mijn spullen gepakt en ben ik er op uitgetrokken.

Het eerst ging ik langs mijn ouders. Die natuurlijk ouder waren nu.
Ik klopt op de deur en mijn vader deed open. Ik pakte hem beet en omhelzde hem.
Mijn moeder, die zich af vroeg waarom het zolang duurde dat mijn vader terug kwam, stapte even later ook door
de deur. En begon te huilen toen ze mij zag. Er werden geen woorden gebruikt. Het eerste uur of zo was er alleen
maar een warme omhelzing.
Daar na zijn we naar binnen gegaan en ik heb alles verteld wat ik kon vertellen.
"Stromhold"zei mijn vader uit het niets. "Pardon?" antwoorde ik.
"Jij moet naar Stromhold Citystate. Als er iets of iemand is die jou kan helpen verder te leren. Dan zal je hem
daar vinden. Stromhold is de stad van de mogenlijkheden. Alles is daar te koop, te doen, te vinden."
"Bent u daar al een geweest?" "Nee, maar ik heb veel bards daar over horen zingen en vertellen."

Ik heb nog een tijdje bij mij ouders gewoont. En heb zoveel mogenlijk informatie proberen te vinden over Stromhold.
Tot dat de dag kwam dat ik besloot toch maar eens die stad te bezoeken.
Ik nam afscheid van mijn ouders en vertrok naar Stromhold."

This message was last edited by the player at 15:21, Wed 22 Feb 2012.

Sam
 player, 1 post
Sun 26 Feb 2012
at 18:41
Re: Stromhold Citystate - Biografieën
In reply to Jasper 't Jong (msg #1):

Hobgobs
-------
Hobgobs, ooit een jager zonder zorgen, is nu op de vlucht voor zijn eigen land.
hongerig en verwilderd ziet hij er uit. hij draagt een mithril chainmail armor en een longbow bij zich. op zijn outfit zitten plekken waarvan je denk dat er iets mist. en dat kan kloppen...

draha (elf) en quintes (mens) waren de ouders van Hobgobs. zijn vader nam hem toen hij klein was bijna elke dag mee jagen. ze leefden namelijk aan de rand van een groot woud in een nabijgelegen land van Stromhold. het boogschieten zit hem in het bloed. moeder draha hield niet van jagen. ze was altijd bezig nieuwe spreuken uit te vinden om de natuur te kunnen beheersen en helpen.

op een dag verliet de nogal eigenwijze hobgobs het ouderlijke huis en trok het woud in om dichter bij de natuur te leven. zijn vader had het hem vanaf kleins af aan al verboden om te diep het woud in te gaan. Hobgobs wist zeker dat hij het er wel goed  vanaf zou brengen en vertrouwde op zijn jagers kunsten.

voor bijna 5 jaar ging alles goed. hij kende het hele woud en wist precies hoe hij moest overleven door rond te trekken. hij hield contact met zijn ouders door middel van brieven. deze bond hij aan de poot van zijn vliegende companion, Mostros. toen er op een dag geen brieven meer terug kwamen ging hobgobs terug.
het huis was leeg en alles was kort en klein geslagen. een vel papier was op de muur boven zijn bed getimmerd.

'hobgobs, meld je bij de generaal als je wilt dat ze blijven leven.'

zo snel als de half elf kon pakte hij zijn spullen bij elkaar en vertrok naar de grote stad. het land waarin hij leeft is in oorlog met een van de buurlanden en iedereen wist wie de generaal was, maar niemand wist zijn echte naam. het was een grote woeste half orc die zowel militair als politiek gezien de dienst uitmaakte.
de oorlog verliep niet best en na vele zware klappen gehad te hebben waren de troepen schaars geworden. toch was de generaal vast besloten door te zetten.

Hobgobs werd gedwongen mee te vechten in de oorlog terwijl hij amper idee had waar het over ging of tegen wie ze het voerden. contact - anders dan met zijn ouders - had hij niet met de buiten wereld. van het leger kreeg hij een chainmail  met daarop de initialen van de eenheid.

slechts een paar maanden waren voorbij gegaan. de door haat verbitterde half elf kreeg te horen dat hij ingedeeld was bij de 2nd platoon squad. Hobgobs had geruchten gehoord over deze squad. dat ze slechts als kanonnen voer mee zouden gaan naar slachtvelden, maar dat wist hij niet zeker. op een nacht sloop hij uit de barakken naar het kantoortje van de onder officier. alleen kwam hij veel meer te weten dan dat hij naar zocht. in een van de lades van de onder officier lag een oude brief van de generaal :

geachte onder officier,

zoals u mogelijk al vernomen heeft gaat de oorlog niet al te best.
we komen kort in manschappen en het geld voor huurlingen raakt op. hierbij word u geacht een groep samen te stellen om mensen te rekruteren door heel het land.
p.p. die zij rekruteren zullen zij 5 goud krijgen.

(handtekening)
de generaal

ps: alles is toegestaan als het aankomt op het werven van soldaten

Hobgobs schrok, en vond meerdere papieren waarop verslagen stonden over de groepen mensen die bezig waren met rekruteren. een van hen vertelde over een mens en een elf die in een houten huis woonden vlak bij het woud. ze waren vermoord..

gelijk diezelfde avond nog pakte hij zijn spullen bij elkaar en smokkelde zichzelf mee met een goederen schip. de haven waarin hij terecht kwam was die van Stromhold.


en daar zit hij dan. Hobgobs de half elf. zijn militaire emblemen van zijn pak gehaald om geen aandacht te trekken. verwart en uitgehongerd bij het vuur van de herberg. het enige wat hij nog heeft is zijn vaders boog en adelaar.
Roger
 player, 59 posts
Tue 28 Feb 2012
at 15:17
Re: Stromhold Citystate - Biografieën
Elkar Karmaran
Born within a peaceful Elan society, Elkar Karmaran was the son of two farmers. At the young age of 12 his powers manifested and he not only burned down his parent's farm (with them still in it), but also a great portion of his home village.

Instead of comforting the young Psion and giving him the proper training, the traumatized Elkar was exiled from his village, never to return again.

Roaming the wilds he was contacted by a powerful demon, who trained him to control his abilities and take vengeance on those who wronged him so. The ecstacy of the powers flowing through him, caused Elkar to become obsessed with one thing: Power!

After he had enacted his vengeance the demon steered him in the direction of a certain individual: Gharden Rhaine. The demon told him to seek him out and help further his cause. This would give Elkar what he desired most... And would lead him to an untimely demise.


Caerus
A silverhaired orphan who grew up at a peculiar monastary, devoted to serve the great God of Dragons: Bahamuth. He spend his whole life training the Art of the Blade under the tutalage of the Grandmasters of the monastary.
Inspired by the goodness of the monks, Caerus learned to uphold justice and help those that needed it most.

By the age of 16, during his rites of passage, it was revealed to him that true dragonblood flows through his veins and spent the remainder of his time in the monastary honing his sword skills and learning to use the hidden power in his blood to not only enhance his own abilities, but also greatly inspire those around him with draconic grace.

During his 21st year in the monastary Caerus was deemed fit to learn the powerful Words of Creation. The Words were edged in his soul forever and the wise monks granted Caerus a blade, Wind's Grace and a suit of Mithral Armor and set him out into the world.

Now Caerus wanders the road, looking to help people that need him most and searching for ways to perfect his swordfighting, so that he can become the great hero that the monks envisioned when they trained the boy.
Sayanne
 player, 78 posts
Sat 10 Mar 2012
at 20:14
Re: Stromhold Citystate - Biografieën
Quiatra
Zoals alle andere gnomes bij mij uit de buurt werd ik geboren uit een vader en een moeder. Ook had ik broertjes en zusjes, maar die waren allemaal erg gewoontjes en oninterressant. Toen ik geboren werd daarentegen, was meteen duidelijk dat ik mijn leven niet als alledaagse gnome zou slijten. Mijn moeder heeft me herhaaldelijk bezworen dat ik echt de dochter van mijn vader was (en zij is niet het type om te liegen), maar in het dorp werd er gepraat. In tegenstelling tot mijn broertjes en zusjes (en elke andere gnome die ik ken) heb ik een heel licht uiterlijk. Mijn ogen zijn zeer lichtblauw, en mijn haar is bijna wit. Mijn huid is ook lichter dan die van de gemiddelde gnome, en heeft op één of andere manier een transparante structuur. Ondanks dat ik op zich niet minder woog dan de gemiddelde gnome, dachten mijn ouders af en toe dat ik op de wind weg zou waaien.

Buiten dat was mijn jeugd niet heel ongewoon. Ik leefde samen met mijn ouders en broertjes en zusjes in ons dorp, leerde lezen, schrijven en andere normale zaken samen met de andere kinderen in het dorp. Helaas was dat soms ietwat saai, maar elke dag werd mijn leven opgevrolijkt door mijn medestudenten, die het niet konden verkroppen dat zij in vergelijking met mij zo’n saaie en nietszeggende toekomst voor zich hadden, en dat ook lieten merken. Vaak probeerde ik hun gelaat op te vrolijken met de mooie kleur blauw. Dit konden zij niet waarderen. Vaak ook probeerden zij mij dezelfde dienst te bewijzen, maar ik heb altijd gevonden dat blauw mij niet stond.
Toen ik iets ouder werd, begon ik veranderingen te bemerken. In eerste instantie dacht ik dat deze behoorden tot het type waar elke andere gnome van mijn leeftijd ook mee te maken had, maar na een tijdje realiseerde me ik, dat ik ongewone krachten bezat. Ik kon mijn gedaante veranderen, waarbij ik een stuk groter werd. Eindelijk waren daar dan de vermogens waarvan ik wist dat ze moesten komen. Eindelijk gerechtigheid. Daar kwam het dorp ook achter. Iedereen die schuin naar mijn moeder had gekeken toen ik geboren werd zou het berouwen.
Kort daarna besloot ik dat de tijd die ik had moeten doorbrengen met mijn bekrompen dorpsgenoten tot een einde moest komen, en ik pakte mijn spullen, en vertrok, op zoek naar anderen zoals ik.

Dat doel werd snel bijgesteld. Overleving werd belangrijker, en ik werd serieuzer.
Ik had natuurlijk wel wat geld, maar ik kwam erachter dat dat bij lange na niet genoeg was. Ik begon manieren te bedenken om aan geld te komen. Werk op een van de boerderijen langs de weg bleek lastig te zijn, aangezien gnomes niet bekend staan om hun kracht. Uiteindelijk begon ik mijn nieuw verkregen gaven te gebruiken om reizigers van hun goud te ontdoen. Je wilt niet weten hoeveel reizigers ’s nachts nog zonder wacht uit te zetten gaan slapen (en het is moeilijk om de volgende dag sporen terug te vinden als de nachtelijke bezoeker boven de grond zweeft met hulp van de wind) Of hoe makkelijk sommige mensen voor de gek te houden zijn met een glimlach en een onschuldig gezicht. Ik kon mezelf daarmee redelijk onderhouden, en ik heb het, al reizend, een aardige tijd volgehouden, ondanks dat ik er niet echt goed in was. Op een gegeven moment had ik er echter meer dan genoeg van, en ik ging op zoek naar een manier om een wat vaster inkomen te hebben. Anderen zoals ik kwam ik nooit tegen.

Ik verbleef in een herberg langs de weg, toen ik een stel adelijke vrouwen hoorde praten over een oude dame die haar bediende onlangs verloren had. Ik besloot dat ik de volgende zou worden. Ik maakte van de faciliteiten in de herberg gebruik om mijn uiterlijk op orde te krijgen, en na geinformeerd te hebben waar ik de dame in kwestie kon vinden (ik ontdekte dat haar naam Alicia was), begaf ik me naar haar landhuis, dat ietwat achteraf lag. Ik weet niet precies wat ik daarvan had moeten verwachten, maar wat ik vond was ongelooflijk. Het enorme huis werd gerund door een kok en een kamermeisje, terwijl de oude vrouw die er woonde constant bezig was in één van de kamers, en niet gestoord mocht worden.
Ik stelde me mijzelf voor als bediende daar, de hele dag mn eigen gang gaan terwijl de oude dame bezig was. Toen ik, na een tijdje wachten en een korte conversatie met het kamermeisje, eindelijk bij haar werd gelaten, was ik vastbesloten om mijn uiterste best te doen om die baan te krijgen. En dat bleek voldoende te zijn. Ik werd aangenomen, en zou meteen in één van de vele kamers intrekken. De volgende dag zou ik horen wat mijn taken zouden zijn. De dame liet me weten dat ze heel wat van me zou verwachten, en dat ze een veeleisende werkgever was. Met het luie beeld nog in mijn hoofd knikte ik, en zei mijn uiterste best te doen, denkend dat het allemaal wel mee zou vallen.

De volgende dag werd er al voor het krieken van de dag op mijn deur geklopt. Het kamermeisje liet me weten dat ik nodig was, en me zo snel mogelijk naar een bepaalde kamer moest begeven. Groot was mijn verbazing toen de oude dame daar stond, aangekleed en wel, en van me vroeg naar de stad te gaan, om bij edele zus en zo informatie in te winnen. Of ze die nou kwijt wilden of niet. En dat was nog maar het begin. Vaak kreeg ik ‘missies’ waarbij ik dicreet informatie moest verzamelen, flink mijn ogen de kost moest geven, of moest infiltreren bij andere edelen. Soms ook moest ik anderen overtuigen om mij de nodige informatie te geven. Wanneer de oude dame echter verwachtte dat dat problemen op zou leveren zorgde ze altijd dat ik iemand anders, die wellicht iets breder en zwaarder gebouwd was als ik, bij me had die eventuele “beloftes” aan de persoon in kwestie waar zou kunnen maken. Meestal was die belofte dan al genoeg om mensen aan het praten te krijgen.

Toen Alicia erachter kwam dat ik mijn gedaante kon veranderen, begon ze me te leren hoe ik me kon voordoen als iemand anders, en regelmatig liet zij mij daar ook gebruik van maken. Daarbij leerde zij me iets van etiquette, hoe men andere mensen meer geneigd maakt iets voor je te doen, en ze leerde me bepaalde aspecten van alchemie. Zelf voegde ik daar mijn masker van onschuld en goede wil aan toe.
Nooit werd ik gegrepen of ontdekt, in al mijn jaren die ik voor haar heb gewerkt, al heeft het een aantal keer bijzonder weinig gescheeld. Mijn vaardigheden namen weliswaar toe, maar toch denk ik dat ik abnormaal veel geluk heb gehad.

Ik woonde in het landhuis van mijn patrones, deed mijn werk, en accepteerde de informatie die zij me gaf, en die ik voor haar moest verzamelen, bemoeide me voor de rest nergens mee, hoeveel moeite het me ook kostte. Ik had weinig contact met de andere bedienden, Mia en Gerard, en zij zochten ook weinig contact met mij. Jarenlang heb ik daar geleefd, tot ik op een dag thuis kwam van een missie, en het huis in ravage aantrof.

Ik doorzocht het huis. Mia en Gerard had ik snel gevonden, helaas. In eerste instantie leek het alsof zij beiden aan de keukentafel in slaap waren gevallen, was het niet voor de geur, en een nadere blik liet een kunstig verborgen wond zien. Dodelijk. Vluchtig ving ik, met mijn kennis van alchemie, ook de geur op van een sterk slaapmiddel dat duidelijk al bijna helemaal vervlogen was.
Ik zocht verder, maar kon in het huis geen spoor vinden van de oude dame. Wel waren enkele deuren geforceerd, van kamers waarvan ik wist dat Alicia daar vaak bezig was. Eerst ging ik echter naar de oude dame zelf op zoek.

Ik vond haar in de stallen achter het huis. Uiteraard had ik mijn pony daar niet heen gebracht toen ik aankwam en het huis geruineerd aantrof. Alle paarden waren vrijgelaten, en op de hooizolder vond ik mijn patrones, al enkele dagen dood, en duidelijk hardhandig ondervraagd. Ik wist dat Alicia het slachtoffer was geworden van haar eigen intriges. Ik begroef haar achter het huis, samen met Mia en Gerard.

Nu de oude dame dood was kon ik mijn nieuwschierigheid niet meer bedwingen, en ik ging terug naar het huis om de kamers te onderzoeken. Helaas vond ik minder dan ik had gehoopt. Degenen die het huis binnen waren gedrongen hadden duidelijk de kamers doorzocht, en alles van belang meegenomen. Het enige dat ik kon vinden waren enkele half verbrande formulieren die erop wezen dat Alicia lid was geweest van een organisatie die zich met duistere dingen bezighield. Het vuur was kennelijk niet zorgvuldig genoeg opgezet, en de indringers hadden blijkbaar niet het geduld gehad erbij te blijven, vandaar dat de documenten het overleefd hadden.

Ook werd mij duidelijk dat zij teveel wist, en daarom het zwijgen opgelegd moest worden. Ik weet echter niet of het werk dat ik voor haar deed vóór, of tegen de organisatie in kwestie was gericht. Over de organisatie zelf kon ik erg weinig opmaken. Er waren nergens directe verwijzingen te vinden, alles was gecodeerd, en dubbel gecodeerd. De enige manier waarop ik op had kunnen maken dat het uberhaupt om een organisatie ging, was door de lessen die ik van de oude dame had gehad, en vanwege de missies die ik voor haar had gedaan.

Ik zat zonder werk en inkomen. Omdat iedereen in de omgeving wist dat ik bij Alicia hoorde, en zij nu dood was, kon ik daar niet blijven. Ik vermomde mij als man, aangezien ik het vermoeden had dat de eerste verdenkingen naar mij uit zouden gaan. Alicia was zeer geliefd in het dorp, en ik was, zoals altijd, de buitenstaander geweest (Mia en Gerard waren beide opgegroeid in het dorp, en wisten ook niets van de praktijken van hun werkgeefster, waarschijnlijk had zij daarom mij aangenomen toen de mogenlijkheid zich voordeed). Zo verliet ik de regio.

Dit keer, ging ik op zoek naar de mysterieuze organisatie waar Alicia lid van was geweest.
Buiten de documenten die ik in de haard had gevonden, had ik enkele andere aanwijzingen. Alicia mocht dan erg gesloten zijn op zakelijk gebied, op het persoonlijke vlak was ze iets opener. Zo vertelde ze eens dat zij en haar enige broer stamden uit een oud adellijk geslacht. Omdat ook de meeste van mijn opdrachten zich in de hogere sociale kringen afspeelden, vermoedde ik dat ik daar moest gaan zoeken naar samenzweringen en geheime genootschappen. De informatie waar de oude dame altijd het meeste belang aan hechtte, ging over magische en bovennatuurlijke zaken. Dat zette mij op het spoor van een geheime cult voor verveelde adellijke telgen. Daarmee kwam ik er echter niet.

Na een speurtocht van enkele maanden had ik nog nauwelijks nieuwe informatie. Mijn oude ingangen kon ik niet gebruiken, want die relateerden mij aan Alicia, en lagen te dicht in de buurt. Nergens kon ik harde bewijzen vinden, maar op sommige plaatsen was het duidelijk dat er meer aan de hand was. Mensen die verdwenen, personeel dat kwam en ging, edelen die soms enkele dagen onvindbaar zijn, mysterieuze individuen die regelmatig een bezoek kwamen brengen. Soms waren een paar dagen al genoeg om erachter te komen of de cult actief was in een bepaald gebied. Altijd op de achtergrond. Maar nooit was er ook maar enig bewijs te vinden. De edele was een paar dagen jagen, de mysterieuze ridder bleek een huwelijkskandidaat voor de oudste dochter te zijn, of zo werd er gezegd.

Ten einde raad, en ook aan het einde van mijn geld, begaf ik me naar de stad waar ik meende de hoogste kans van slagen te hebben. Stromhold.

Pipet
Er was een dag, zo in het voorjaar, dat ergens in een bos, ergens in het land, dat een jongetje geboren werd. Zijn moeder was volstrekt normaal, al bracht ze het grootste gedeelte van haar tijd door in de bossen en andere natuurgebieden van het land. Daar was echter niets vreemds aan, aangezien ze druïde was, en zeer aan de natuur toegewijd. Zij hield zich bezig met het bestuderen, beschrijven, en beschermen van de verschillende levensvormen die zij tegenkwam. Vreemd is het dan ook, dat zij zich niet veel meer kan herinneren van haar relatie met de vader van het jongetje. (Wellicht is dit toe te schrijven aan een bijzonder selectief geheugen, aangezien zij ook bijzonder veel geheugenproblemen heeft wanneer iemand om een wedergunst vraagt, of om een rekening die nog betaald dient te worden.)

Dit alles had echter weinig invloed op het jongetje, dat Pipet genoemd werd. Pipet was heel duidelijk een kind van de natuur. Hij was niet geboren met fijne haartjes en een gladde huid, maar met kleine blaadjes, en iets wat alleen omschreven kan worden als de bast van een jonge boom. Al op jonge leeftijd bleek Pipet een vrolijk kind te zijn, dat niet al te veel vragen stelde aan de wereld om zich heen, maar alles gewoon over zich heen liet komen. Dat zijn moeder, die nogal precies is, zich wel eens ergerde aan de nonchalante houding van Pipet, was dan ook niet zo raar. Pipet stoorde zich hier echter niet aan, en ging vrolijk door met zijn gemakszuchtige bestaan, waarin hij slechts nu en dan iets oppikte van de lessen die zijn moeder hem bij probeerde te brengen.

Dit ging een tijdje goed, totdat Pipet een jaar of 14 werd,een leeftijd waarop van de meeste jongens verwacht wordt dat ze zich gaan bezighouden met de professie die zij later in hun leven zullen beoefenen. Het was voor Pipet geen vraag welke professie dat zou zijn: hij zou, net als zijn moeder, druïde worden. Tenminste, dat wilde zij graag. Pipet zelf zag het niet zo zitten om jaren en jaren te studeren, en kneep er tussenuit zodra hij de kans kreeg. Dit zette de relatie tussen Pipet en zijn moeder zeer onder druk.

Dit alles had geen probleem hoeven zijn, en Pipet had zich uiteindelijk wel naar de wil van zijn moeder geschikt, ware het niet dat er in dat jaar, een verbloemde, maar niet minder massale, heksenjacht was geweest van enkele dienaren van zeer diverse goden, op individuen die verdacht werden van godenschennis. Deze heksenjacht had als gevolg dat één van voorgenoemde individuen het diepe woud invluchtte, alwaar hij de nietsvermoedende Pipet tegenkwam.

Pipet voelde zich meteen aangetrokken tot de charismatische man, die hij leerde kennen als Club. Hij verborg Club in het bos toen hij hoorde dat de man gezocht werd door de kerk. Pipet kende de goden als bemoeizuchtige wezens, die je vertelden wat je wel of niet mocht doen. Hij kon zich dan ook meteen verplaatsen in Club toen die vertelde dat hij opgejaagd werd omdat de goden het niet leuk vonden dat hij bepaalde dingen deed. Hij liet echter in het midden watvoor iets dat dan precies was.

Dat werd echter duidelijk toen Pipet op de vroege ochtend op zoek ging naar Club, en hem aantrof met een afschrikwekkend wezen dat in aanblik roteerde van een man naar een geestachtige tijger en weer terug. Club riep het ding aan en onderhandelde ermee, en op den duur verdween de verschijning, maar Pipet had genoeg gezien om te begrijpen dat dit hetgene was dat de goden niet zo leuk vonden. En toen Club dwars door bomen weg liep begreep hij nog iets anders: dit was een hele makkelijke manier om zonder studie toch aan magische krachten te komen.

Pipet was niet dom. Hij snapte ook wel dat magie het leven een stuk gemakkelijker en aangenamer kon maken. Dat was ook de voornaamste reden dat het uiteindelijk wel goed met hem zou komen, en hij het pad zou volgen dat zijn moeder voor hem had uitgestippeld. Maar nu was daar iets heel anders tussen gekomen. Pipet was vastbesloten om Club het geheim van het vreemde wezen te ontfrutselen. Toen hij later die dag Club dan ook tegenkwam, vertelde hij wat hij gezien had en bleef net zo lang zeuren tot Club het opgaf en vertelde wat het was dat hem zo opgejaagd maakte.

Club was een binder. Iemand die een pact sluit met een wezen dat eigenlijk nergens hoort te bestaan. Dit was dan ook precies was de dienaren der goden tegenstond: machtige wezens, die buiten het terrein van de goden bestaan. Als dat algemeen bekend zou worden, konden zij wel inpakken. In ruil voor de krachten van het wezen, liet Club het wezen ‘meekijken’ door zijn ogen, waardoor het een stukje van de wereld kon ervaren. Bovendien vertelde Club dat er verschillende van dit soort ‘vestiges’ waren, met verschillende eigenschappen, en dat je daar mee in contact kon komen door een bepaald zegel te combineren met een bepaalde naam.

Dit alles trok Pipet zeer aan. Als hij door een zegel te tekenen toegang kreeg tot de krachten van zo’n vestige was dat wel heel makkelijk. Toen Pipet dat dan ook zei, zweeg Club even. Na een korte stilte vertelde hij dat er soms wel nadelen aan kleefden. Elk pact was opnieuw een test van persoonlijkheid. “Soms win je, soms verlies je. Maar altijd krijg je de krachten van de vestige. De vraag is of de vestige ook invloed over jou krijgt. Bovendien is het te zien wanneer je een pact hebt gesloten.” Carefree als Pipet was, negeerde hij deze waarschuwing gerust, en drong erop aan dat Club hem een zegel leerde. Dit wilde Club echter niet doen. Hij vond het te gevaarlijk, zeker met een lading clerics achter hem aan.

Het duurde echter niet heel lang voordat de groep heksenjagers een mysterieus gerucht opvingen over iemand die toevallig heel ergens anders afschuwelijke godenschennis aan het toepassen was: Pipet kreeg zijn zin. Club voelde zich toch enigszins in de schuld staan bij de jonge Pipet en uiteindelijk leerde hij hem een niet zo veeleisende vestige aan te roepen, voor hij verder vluchtte.

Met behulp van deze vestige wist Pipet zijn moeder zo ver te krijgen hem op reis te laten gaan. Onderweg kwam hij er echter al snel genoeg achter dat hij met één vestige nog lang niet de wereld aan zijn voeten had, en dat het toch wel handig zou zijn om ook andere vestiges aan te kunnen roepen. Zo begon Pipet op zoek te gaan naar oude manuscripten die wellicht beschrijvingen voor meer vestiges bevatten en kwam hij onverwachts, en misschien ongewild, toch nog veel te weten over hoe dingen in elkaar zitten. Deze zoektocht leidde Pipet ondanks zijn jeugdige leeftijd naar allerlei oorden, waar hij ook andere avonturiers tegenkwam.

Regina
"Ik kan me goed herinneren hoe ik vrij kwam. Het was een bijzonder koude dag. Ik kan me niet voorstellen dat het ooit kouder is geweest dan toen. De rivier was bevroren, maar het sneeuwde niet, het was een droge kou.  Ik was 16 in die tijd, en had al drie kinderen gebaard aan de monsterlijke Torq, met zijn behaarde rug. Dat één van hen een jongetje was betekende dat ik op een deken mocht slapen, in plaats van op de ijzige grond. De ork kwam al aan mijn bed sinds mijn negende, en het feit dat ik nu zwanger was van een vierde kind hield hem al twee maanden weg. Mijn zus, drie jaar ouder dan ik, had pas haar vijfde gebaard. Al haar kinderen waren zonen, en dat had ertoe geleid dat zij meer privileges had dan ik. Ondanks alles zag ze mij nog altijd als haar kleine zus. Ze was walgelijk. "

"Mijn ontsnapping kwam toen zij, ork-lieveling als ze was, mij meenam naar de rivier om te baden in een wak. "Koud water zal ervoor zorgen dat jij ook een zoon krijgt Annabeth!" Wist ze mij te vertellen. De bruten die normaal toezagen dat ik bleef waar ik was lieten mij met haar meegaan, een vrouw in mijn positie was geen probleem als Christina, of Christa zoals ze zich nu liet noemen, mij meenam en toezag."

"De rivier was bedekt met dik ijs, maar halverwege het midden van de rivier was een wak gemaakt om te vissen. Het was hiernaartoe dat mijn zus mij meenam. Het was geen groot wak, een meter doorsnee ongeveer, maar terwijl Christina de dunne laag ijs die zich alweer had gevormd kapot trapte, trapte ik haar het wak in. En duwde haar onder. Vervolgens stak ik zo snel als ik kon de rivier over. In het midden werd het ijs dunner, en het was maar goed dat ik ondanks mijn zwangerschap niet veel woog, of ik was er door gezakt. Aan de andere kant ging ik op zoek naar een schuiplaats."

"De weken erna voelden als een bevrijding. Het was nog steeds koud en onaangenaam, maar ik was bevrijd van de orks. Mezelf bevrijdde ik van een ongewensde parasiet in mijn buik. Na twee weken was ik ver genoeg van de orks weggekomen om veilig te zijn. Toen ging ik op zoek naar mijn eigen volk: de sharakim. "

"Ondanks de uiterlijke eigenschappen die het gepeupel misschien doen denken aan orks, zijn wij een zéér verschillend volk. Waar orks hersenloze plunderende bruten zijn, is de sharakim samenleving het toppunt van cultuur en gastvrijheid. Geen wonder dat ik er naar terug verlangde, ondanks dat ik het alleen kende van mijn vroegste jeugdherinneringen, van vóór ik werd meegenomen door de orks. Het was gelukkig dat mijn moeder in die vroege jaren van gevangenschap nog leefde, of ik had alleen mijn eigen instincten gehad om mij van de barbaarse orkcultuur te weerhouden."

"Mijn tocht was lang, en zwaar. Ik had moeite mijzelf te onderhouden, en verschool mij vaak in geplunderde ruines. Mijn drang naar cultuur was sterk, en wanneer ik in eenvan die ruines boeken vond, las ik deze gretig. Goud en andere waardevolle spullen waren meegenomen, maar alles wat waardeloos geacht werd bleef achter. Op één plaats, een voormalig tempel of klooster, vond ik religieuze teksten. Van mijzelf had ik geen god, en Gruumsh had mij geleerd dat ik er ook geen wilde, of nodig had. Sommige van deze teksten bevatten echter kennis die de deuren naar goddelijke magie openden."

"Uit een notitieboek van één of andere monnik scheurde ik de weinige beschreven pagina's, en in dit boek begon ik alle relevante kennis die ik tegenkwam te verzamelen. Wat ik mee kon nemen, nam ik mee, en wat niet meegenomen kon worden, muurinscripties, half vergane teksten, vernietigde ik. Tegen de tijd dat ik eindelijk in de gebieden van mijn volk kwam, had ik een korte lijst van spreuken met goddelijke oorsprong die ik kon gebruiken, en een hoop mystieke kennis."

"Mijn terugkomst was hartverwarmend. Alleen en familieloos als ik was, werd ik geadopteerd door de De Bourgonces. Ik trok bij hen in, en het was zeer bevredigend om weer met mijn volledige naam, Regina Elizabeth,  aangesproken te worden. De familie had ook een zeer bijzondere bibliotheek, waar enkele stukken op mysterieuze wijze uit verdwenen. Ook in de omgeving bleken er diverse bronnen van oude kennis te zijn. Vooral een druïdische grove in het woud was erg interessant. Na enkele jaren begonnen er echter problemen te ontstaan."

"Het verblijf in de commune was erg verlichtend, en ik leerde er veel. Toch werd het op een gegeven moment tijd om verder te trekken. De situatie toendertijd hielp mij deze beslissing te maken. Ik had binnen de samenleving de taak op mij genomen de jongeren te instrueren. Tenslotte had ik inmiddels veel kennis op gedaan. De school was echter een erg oud gebouw, en ondanks dat het niet erg veelbelovend was, besloot ik toch de kelders en zolders te doorzoeken op zoek naar oude documenten. Wat ik er tegenkwam was wonderbaarlijk. Tot één van de snotneuzen mij stoorde. Blijkbaar was de kelder een favoriete verstopplek voor vervelende kinderen."

"Lang liet ik mij niet storen door de snotneus, maar ik kon niet riskeren dat deze mijn zoektocht bekend zou maken. Ik had tenslotte menig oud voorwerp of document doen verdwijnen in de omgeving, en het zou mij slecht uitkomen als ik daarvan verdacht zou worden. Het kind sloot ik vastgebonden op in de kelder en de school zette ik in brand. Brand kan tenslotte gebeuren. Toch bleek de vermissing van het kind op mijn rekening te worden gezet. Blijkbaar hadden enkele van de andere snotapen mij ermee geassocieerd, en ik zou tenslotte besmet kunnen zijn met de chaotische en kwaadaardige natuur van orken terwijl ik door hen gevangen was."

"Vanwege de belachelijke aanteigingen jegens mijn persoon zag ik mij genoodzaakt te vertrekken, iets wat ik al langer van plan was. Het was tijd dat de wereld mij leerde kennen. Tijd ook, om wraak te nemen op de ork die mij zo lang het leven zuur had gemaakt: Torq. Alhoewel ik veel groei had doorgemaakt in mijn tijd alleen en bij mijn nieuwe familie, was mijn macht nog niet dusdanig dat ik het orkenkamp binnen kon stampen en verpulveren. Ik wist met een ingenieuze truc de man echter zo ver te krijgen om alleen naar een afgelegen plek te komen. Daar wist ik hem te overmeesteren."

"Het duurde lang voordat hij stierf, en wraak was nog nooit zo zoet. Zijn zoon (ik weiger het als de mijne te erkennen) kwam hem zoeken, jong als hij was, en hem gooide ik bij zijn vader in het graf. Voor mijn dochters riep ik een demoon op. Ik gaf het weerzinwekkende weze n de opdracht hen te zoeken, en liet het aan hem over wat ermee te doen. Ik wilde geen van mijn bloed vermengd hebben met de walgelijke orks."

"Met mijn wraak volbracht ging ik op pad naar een plaats genaamd 'stromhold'. Vergeleken met het land van mijn volk moest het wel een verderfelijke plaats zijn, maar als ik mijn faam wilde maken kon ik het beste beginnen op de plaats waar deze voor het oprapen ligt, verderfelijk of niet. Groot was mijn verbazing toen ik aankwam in de stad en overal aanplakbiljetten zag met een lijst personen die gezocht werden. Iemand die in deze stad gezocht werd moest óf werkelijk afschuwelijk zijn, óf de moeite waard. Ik besloot het risico te nemen, en te gaan kijken op de plaats waar zij zich zouden bevinden, ongeveer een dagrit van de stad. Daar aangekomen bleek er een slachtpartij plaatsgevonden te hebben. Een veel te grote elf stond nog één van de beschrevenen aan te vallen, en er lag overal bloed. Ik besloot mijn opgedane kennis te delen met de winnende partij. Later kon ik altijd nog een beslissing maken."

Erlen
Ach, u bent geinteresseerd in mijn persoonlijk verhaal? Wel, dat is me een verhaal! Ik zal u niet vervelen met mijn jeugd, mijn familie, mijn opleidingen of mijn jeugdige bezigheden. Het is genoeg te weten dat ik een zeer getalenteerde en succesvolle jongeling was. Nee, mijn leven begon pas écht toen ik mijn huidige vak uit begon te oefenen: Verhandelaar van luxe-artikelen. Natuurlijk ben ik een zeer bedreven koopman, en geeft het een enorme voldoening om het juiste artikel bij de juiste persoon te bezorgen. Gedurende al mijn zakenreizen heb ik echter de meest fantastische dingen meegemaakt. Ziet u, als koopman ben ik vaak de enige die sommige gebieden aandoet, wat betekent dat ik soms in kastelen en paleizen te gast ben die in geen jaren een buitenstaander gezien hebben. Dat brengt soms gevaren met zich mee, en soms biedt het ongekende mogelijkheden. Zo kan ik u vertellen over een zeer excentrieke client, die zich opsloot in zijn... Maar ach, dat kan ik natuurlijk niet verklappen! U bent vanavond natuurlijk getuige van mijn optreden! Ik wil u plezier deze avond niet bederven door nu de clou al te vertellen! Nee, nee, u moet echt geduldig zijn. Wel, als ik al mijn publiek van te voren al zou vertellen hoe mijn verhalen aflopen kan ik de deuren wel sluiten! Nee, bereid u zich maar voor op een spektakel dat u nooit eerder gezien heeft! Nee, helaas ben ik op dit moment helemaal uitverkocht! Maar u bent op zoek naar een specifiek artikel? Wel, ik ken een producent die werkelijk uitmuntend werk levert! Staat u mij toe contact op te nemen wanneer ik van mijn volgende zakenreis terug ben!

Ligase
Er was eens... (To be continued)