Stromhold Citystate - [Contest] Background.   Posted by Aranamarunda.Group: 0
Aranamarunda
 GM, 11 posts
 Welcome to Aranamarunda's
 Magical Emporium
Thu 2 Mar 2006
at 16:40
[Contest] Background
Schrijf een geweldige background! Vraag voor standaard informatie betreft bijvoorbeeld de wereld naar je DM (ikke dus) en maak er wat van... Rutger, dit is je kans ;D Eenieder die er één inleverd die wat kwaliteit beschikt, zal een permanente XP bonus van 2% ontvangen. De winnaar, die met de beste, en daar gaan we met z'n allen op stemmen, krijgt een 4% XP bonus!

- Hoelang duurt de wedstrijd?
  De wedstrijd zal duren tot en met 4 April. Daarna zal er gestemd worden.

- Hoe doe ik mee?
  Door in deze thread je background te posten. Je mag meerdere keren editten, maar maak AUB maar 1 post aan!

- Hoe krijg ik feedback?
  In de UoKD (ooc). Iedereen mag kritiek geven, maar we gaan uit van positieve kritiek! Wees dus opbouwend.

- Hoe wordt ik beoordeelt?
  Aan het eind, vanaf 5 April, zal ik eenieder mvragem om me een PM te sturen met daarin zijn of haar top 3 van backgrounds. Op nummer 1 de beste, nummer 2 de een na beste en nummer 3... Wel, genoeg uitgelegd. Nummer 1 = 4 punten waard, nummer 2 3 en nummer 3 2. Optellen en... TADAA!

- Hoe laat ik mijn vragen omtrendt uw schone wereld door u behandelen, o machtige DM?
 Door ze me in de ooc te stellen, o slijmerd. Als ze van algemeen nut zijn, zal ik ze hier toevoegen! Of in de geschiedenis thread ofzo. Laterz.

Winnaar: Rojo Nieve (Werner)

This message was last edited by the GM at 11:35, Tue 03 Feb 2009.

Frans
 player, 4 posts
Sat 4 Mar 2006
at 15:39
Re: [Contest] Background
Zo ik heb begrepen dat hier je background moet komen te staan dus hier is die van mij, het is een flinke lap tekst geworden (mischien is flinke nog een understatement).
Maar dit heeft dan natuurlijk wel weer als gevolg dat de lat voor de rest een stuk hoger ligt.
Hmmm mischien dan toch niet zo handig om als eerste te posten want ja dan weet iedereen wat ie moet overtreffen, maarja het zij zo.
Hier komt ie dan


Background voor Baradein Hornshell

Baradein is een dochter uit een verboden relatie tussen haar moeder: Baladin een earth elemental en haar vader: Victor een menselijke prins.

Baradeins moeder werdt op een gegeven moment weg getrokken uit haar eigen wereld zomaar en ineens, zonder waarschuwing of wat dan ook. Zij kwam uit op de material plane tegenover een magier die in gevecht was, zij voelde zich niet op haar gemak en voelde een verbintenis met de magier die haar onatuurlijk aandeed. Ze begon zich mentaal te verzetten tegen deze link en wist dit door haar hoge inteligentie te doorbreken. Ze vluchte door het steen heen op weg naar boven, toen zij eenmaal boven aankwam stond ze verbaasd om zich heen te kijken. Wat zij zag was haar volledig vreemd, een zeer bijzonder gezicht. Deze wereld was zo anders dan de wereld waar zij vandaan kwam, het was overal groen en er stonden rare bruine palen met groene toppen overal om haar heen. Ze zwerfde een aantal dagen rond en toen vond zij een grot die zij tot haar huis heeft gemaakt.

Op een dag dat ze in de omgeving een beetje aan het wandellen was kwam ze Victor tegen. Op het moment dat Baladin hem zag was zij gelijk al verast door zijn kracht en moed. Victor, die op doorreis was, was in eerste instantie bang voor haar. Hij had het idee dat zij hem gelijk zou aanvallen omdat de mensen geen weet hebben van hoe de elementals in elkaar zitten.

Baladin en Victor stonden een tijdje verbaasd tegenover elkaar zonder iets uit te brengen en zonder te bewegen. Na verloop van tijd liep Baladin dichterbij en als reactie trok Victor zijn zwaard, klaar voor een eventueele aanval. Op zich een logische reactie als er een paar ton aan steen op je afkomt, Een stenen massa met benen en armen en een hoofd maar wel iets van 2 keer zo groot als Victor zelf. Maar Baladin had geen kwade bedoelingen en liep op hem af en wees naar haar borst en noemde haar naam. Victor begreep dat ze aan het comuniceren was en deed hetzelfde.

Langzaam maar zeker begonnen ze elkaar te begrijpen door handen en voetenwerk. Victor kwam regelmatig terug naar haar grot om haar te proberen te begrijpen, langzaam maar zeker ontstond een hechte vriendschap. Na ongeveer een jaar konden zij volledig communiceren en nog een jaar later waren ze zó goed bevriend dat Victor zeer vaak op bezoek kwam. Door de tijd heen ontstond er iets van liefde tussen de twee te bloeien.

Het enige probleem was dat Baladin nooit bij Victor op bezoek zou kunnen komen aangezien een dergelijk verwantschap nooit geaccepteerd zou worden. Derelatie werd steeds inniger en op een gegeven moment raakte Baladin ook nog zwanger van Victor. Iets waarvan ze beide dachten dat het nooit zou kunnen vanwege de de verschillende anatomie. Het vrijen was op zich al een hele uitdaging vanwege de dike steenachtige huis van Baladin. Na de zwangerschapsperiode van Baladin werdt Baradein geboren, de kleine Baradein was een kruising tussen beide ouders en deze begrepen dat het kind in geen van beide gemeenschappen van de ouders opgenomen zou worden. Baladin begreep dat het leven voor haar kleine dochter te zwaar zou zijn op haar eigen plane maar ze verlangde er wel naar om terug te keren naar haar thuis.

Toen de kleine Baradein groot genoeg was op op eigen voet te leven heeft Victor geregeld dat Baladin terug gestuurd zou worden naar haar eigen plane.
De kleine Baradein zou de weide wereld in gestuurd worden op avontuur uit, ze kreeg een starterscapitaal van haar vader en wat tips om te overleven in de wereld. Beide ouders waren zeer verdrietig om haar te moeten laten gaan.
Maar de altijd norse Baradein vond het wel spannend om de wereld in te trekken op zoek naar avontuur, ze had een flinke dosis strijdlust geërfd van zowel haar vader als haar moeder; het aanpassingsvermogen van haar vader en de robuustheid van haar moeder.

De eerste ontmoetingen tussen mensen en Baradein waren lastig. Mensen dachten dat Baradein ziek was omdat ze een grijze huis heeft en totaal geen haar.
Mensen waren niet vriendelijk tegen haar en jaagden de jonge meid vaak weg.
Langzaam maar zeker wist Baradein de mensen zo aan te spreken en te beinvloeden dat ze minder agressief tegenover haar stonden, ze was nog jong en ondanks haar imposante postuur hadden mensen dat ook wel door en kregen soms medelijden met haar en boden haar voedsel aan. Maar meestal ging het niet zo eenvoudig.
Baradein probeerde op elke manier rond te komen en pakte allerlei klusjes aan bij boeren op het land of bij mensen die op reis waren.

Langzaamaan bleek dat Baradein erg veel kracht bezat en daar maakte ze dan ook graag gebruik van door zware klussen aan te pakken waar menige volwassen mannen niet tegen opgewassen waren. Als ze ergens kwam en zag dat er een kasteel gebouwd werd, dan wist ze al precies hoe ze kon zorgen dat ze een baan kreeg. Ze zocht dan ergens een flinke steen die groot genoeg was om als constructie steen te gebruiken en licht genoeg om in een hand te dragen. Ze pakte de steen op en vertelde de steen wat ze ging doen met hem en liep dan met de steen in een hand boven haar hoofd tillend op de constructie plaats af. Ze liet de steen dan met een doffe plof op de grond vallen vlak bij de opzichter en vroeg hem dan direct om werk bij de bouw van het kasteel.

Meestal werd ze al opgemerkt nog voordat ze bij de opzichter en staarde haar na, op hun hoede voor onverwachte acties van het vreemde figuur. De stenen waren meestal zo groot dat men hem geeneens met twee handen zou kunne dragen! Als ze dan bij de opzichter kwam en de steen liet vallen slaakte menig persoon een zucht of gil. De opzichter had dan natuurlijk geen keuze meer om zo’n sterk meisje haar diensten te weigeren omdat zij gewoon teveel werk kon verzetten ten opzichte van een willekeurige andere werker.

Toch kreeg Baradein niet meer betaald dan de anderen, vaak omdat de opzichter misbruik maakte van het feit dat de nieuwe aanwinst nog zo jong was. Maar eigenlijk maakte haar dat ook niet uit. Ze vond het leuk om met stenen te werken. Tijdens het sjouwen of hakken van de stenen sprak ze constant met de stenen in het Terran, mensen keken er in het begin erg van op of lachtten haar zelfs uit maar die wist ze dan al snel tot stilte te brengen met een boze blik of een preek over het feit dat stenen ook gevoel hebben. Maar onlangs haar liefde voor de stenen kwam ze er al snel achter dat ze meer en meer naar strijd verlangde...

Baradein kreeg het voor elkaar om bij een van de opzichters een vast contract te krijgen als een van de weinige werknemers. Ze sprak met de opzichter af dat zij zou slapen op de constructie plaats en eten zou ook door hem verzorgd worden. In haar weinige vrije tijd probeerde ze te trainen met allerlei verschillende maten stokken die ze hanteerde als een zwaard en kwam erachter dat haar voorkeur uitging naar een 2-handig zwaard vanwege het feit dat ze dan haar kracht goed kon toepassen.

Ze werd goed bevriend met de opzichter. ’s Avonds werd er vaak nog een vat bier opengetrokken voor de werklieden. Men verbaasde zich hoeveel de jonge stevige meid kon drinken, het leek wel of ze kon blijven drinken! Vaak werd er nog een vat aangebroken omdat Baradein al de helft van het eerste vat op had zonder dat er ook maar een spoor van dronkenschap bij haar te zien was.

Zo spaarde ze al het geld uit wat ze verdiende met lange dagen hard werken in de bouw van menig kasteel huis en kroeg. Ze werkte hard en lang, ze kreeg steeds meer verantwoordlijkheidsgevoel door de toegewezen verantwoordlijkheden van de opzichter. Zo moest zij de steenhouwers in de groeve opleiden zodat ze sneller konden hakken en betere stenen konden delven. Ze rende elke dag van de ene plaats naar de anderre plaats tijdens de bouw van de gebouwen. Als ze merkte dat er stenen tussen de stapels gehouwen stenen lagen die niet voldeden dan snelde ze naar de groeve om te inspecteren wat er mis ging. De ene keer was de steen kwaliteit niet goed de anderre keer waren de houwelen versleten.
Dan rende ze weer terug naar de plaats van constructie en ging weer verder met de bouw.

In deze jaren namen haar kracht en lichamelijke gesteldheid nog verder toe, maar hetgeen dat het meeste toenam was het geld dat ze bezat. Toen ze veel geld had gespaard vroeg ze een dag vrij tot grote verrasing en teleurstelling van de opzichter, maar uiteraard kon hij haar dat niet weigeren en die dag ging Baradein naar de stad. In de stad zocht ze de markt op en vond daar een smid met allerlei wapens en bepansering. Ze bekeek en probeerde een hoop verschillende wapens en bepantsering en haar ogen vielen op een groot zwaard en een mooie scale mail. Het bedrag wat de smid er voor vroeg lag iets hoger dan wat de jonge Baradein kon betalen maar ze wist de smid te overtuigen om het haar voor al haar geld te verkopen. Ze pakte het allemaal netjes in en ging terug naar de bouwplaats.

Daar aangekomen waren een hoop ogen op haar gericht want de immense schede was niet te verbergen, vanaf dat moment wist men dat deze kleine meid waar ze zo aan gewend waren geworden binnenkort zou gaan vertrekken, de werklui en de opzichter hadden haar al vaker gehoord over haar plannen om de wijde wereld in te trekken en men had het altijd een beetje afgedaan als zo van: "Ach, dat is iets van later, ooit zal ze inderdaad wel weggaan." Maar nu kwam dat moment toch wel schrikbarend sneller dichterbij. Baradein werkte nog een tijd door in de bouw om nog anderre dingen te kunnen kopen die zij nodig zou hebben als ze erop zou trekken.

Maar op een dag was het dan zover. Baradein had genoeg geld gespaard om alles te kopen wat ze nodig achte te hebben om op avontuur uit te gaan en ook nog wat extra geld om eventuele overnachtingen en maaltijden te kunnen betalen, ze stapte op de opzichter af en sprak hem aan:
“Beste Hamold, vriend Hamold. Ik heb een geweldige tijd gehad in jou dienst maar aan alles komt een einde, ik heb hard gewerkt en veel geld verdiend en mijn drang naar avontuur roept, ik ga de wijde wereld in trekken en hoop je van tijd tot tijd nog een keer tegen komen zodat we weer eens wat kunnen gaan drinken. Ik wens je al het succes van deze wereld toe en hoop dat de zaken goed zullen blijven gaan. Welling heb ik goed opgeleid tot steenhouwer en ik kan hem niet veel meer leren, hij zal mijn taak als opzichter van de groeve dan ook moeten overnemen. Hamar weet hoe hij de muren het beste kan construeren om maximale sterkte te krijgen. Mijn vaardigheden gaan dus niet verloren bij mijn vertrek. Helaas zul je wel een belangrijke werknemer missen maar het vaste team wat je nu ter beschikking hebt is een goed team. Ik ga bij de volgende volle maan weg. Dat geeft je nog een week voordat ik vertrek. Het ga je goed mijn vriend.”

Hamold brak in tranen uit en Baradein troostte hem met haar stevige omarming, nadat hij was uitgehuild sprak hij tot haar:
“Ik zal je missen, ik zal je starre en koppige houding zo ontzettend missen, wij zullen je nooit vergeten wees daar maar zeker van. Ik vind het heel erg jammer dat je vertrekt maar ik kan het wel begrijpen, hopelijk zie ik je ook nog terug, het is een gevaarlijk beroep avonturieren door de wildernissen van het land.”

Op de laatste dag dat Baradein zou werken stond ze op en de hele bouwplaats was veranderd. Er stond een enorme tent in het midden van de bouwplaats, Baradein liep naar binnen en zag een aantal tafels staan en een podium kleden op de grond, het was een feesttent. Er liepen allerlei mensen rond met eten en drinken, er werd van alles klaargezet voor een groot feest. Er verscheen een grote glimlach op het gezicht van Baradein. Zo groot als die glimlach had ze er nog nooit één had vertoond in haar korte leven. De zo norse jonge vrouw voelde even zeer gelukkig.

De opzichter was hard in de weer om iedereen taken aan te wijzen die moesten gebeuren, toen hij haar zag liep hij op haar af en omhelsde haar en zei:
“Vandaag wordt er niet gewerkt, mijn beste. Vandaag moet er gefeest worden!”

Toen de rest van de werklieden binnenkwamen barstte het feest los. Er werd muziek gespeeld en er werd gedanst, er werd gegeten en er werd gedronken. Baradein had het erg naar haar zin en dronk alsof haar leven er vanaf hing. Ze dronk tonnen bier en ondanks dat men wel van haar gewend was dat ze veel dronk, verbaasde ze die dag iedereen door gewoon door te blijven drinken, alles door elkaar en zoveel ze maar kon. Haar kroes was dan ook nooit langer dan een paar seconden leeg.

Aan het eind van de dag was iedereen dronken behalve de jonge meid die hun ging verlaten. Ze sliep die nacht diep en rustig. Toen ze opstond pakte ze al haar spullen en vertrok. Haar zwaard aan haar zij en de bepansering stevig vastgemaakt. Bij het reizen van de zon stapte zij voor de laatste keer van het bouwterein en keek niet om.

Ze zwerfde langs landerijen en steden, ze kreeg overal veel bekijks, ze informeerde overal naar mensen die op zoek waren naar avonturiers.
Zo hoorde ze van een piratenstad waar veel helden naartoe trokken omdat het een groot verzamelpunt was voor allerlei wezens die op zoek waren naar avonturiers. Er werd verteld dat daar alles aan de hand van contracten werd gedaan en dat vond ze wel een aardig idee aangezien ze in die tijd in de bouw ook vaak op contract werkte en daar kon ze dus zeer goed mee overweg. Ze begreep een contracten heel goed en wist er zelfs vaak fouten in te ontdekken.

Ze trok naar de stad en ontmoette onderweg nog een paar humanoïden die hetzelfde doel voor ogen hadden. Ze raakte bevriend met deze heren en zo  trokken ze naar de stad. Op hun weg daarheen leerde ze elkaar kennen en toen ze in de stad aankwamen zijn ze samen op zoek gegaan naar een contract...

Red ik was over 2 puntjes nog niet helemaal tevreden en heb die eventjes aangepast.

This message was last edited by the player at 22:38, Tue 04 Apr 2006.

Stefan
 player, 3 posts
Sat 4 Mar 2006
at 21:04
Re: [Contest] Background
Ik ben getraind in vele vormen van oosterse krijgskunst en wapen
gebruik, op een school hoog in de bergen. Ik leef in schaduw en beweeg in stilte.
De school wordt bestuurd door een oude maar wijze man, genaamd Yian Wu-Li.
Hij is erg strikt met wie hj trained. Niet iedereen kan bij hem in de leer.
Ik kwam daar toen ik nog heel klein was.

Ik woonde in een klein huis in het bos, samen met mijn vader en
mijn twee oudere broers.
Mijn broers zochten altijd een rede om mij te treiteren.
En het leek mijn vader niet te interesseren.
Mijn vader had mij vertelt dat mijn moeder was overleden toen
ik nog een baby was.

Op een dag ben ik weggelopen van huis. Ik kon er niet meer tegen.
Ik was 12 jaar oud.
Ik rende naar de dichts bijzijnde stad, waar ik een baan vond als
stal knecht.
Tijdens mijn werk was ik altijd aan het springen en klimmen.
De stal omhoog en omlaag, op de hooi balen, en ik liep vaak op
de balken die het dak omhoog hielden.

Toen op een dag liep er een vreemde man langs de stallen en zag mij
springen en klimmen.
Hij kwam naar mij toe en begon vragen te stellen over mijn behendigheid.
Na een tijdje gepraat te hebben met de vreemdeling, vroeg hij mij met hem
mee te komen naar een plaats waar ik die vaardigheden kon expanderen.
Hij zei dat hij veel potentie in mij zag.
Hij hees mij op een paard en bracht mij naar een plek
hoog in de bergen.


De reis ging over een steile weg lang de buitenkant van een berg.
Op een gegeven moment kwamen we aan bij een tunnel.
Naast de tunnel was een klein huis met een stel gebouwt.
De vreemde man begeleide zijn paard de stal binnen en liet het paard alleen.
Hij zei dat we vanaf hier moesten gaan lopen.
Na een halve dag lopen over een steile weg kwamen we aan bij een groot gebouw.

Het was een laag gebouw met een grote binneplaats.
Het gebouw had een soort hoefijzer vorm.
Rondom het gebouw groeide verschillende bomen.
Je zou zou het een klein bos kunnen noemen.
Middenop de binnenplaats stond een boom. Een boom vol met bloesem.
Ook waren er allemaal figuren in verschillend gekleurde pakken bezig met verschillende dingen.
De een stond te gooien met ijzeren stervormige dingen, naar een bord.
Weer twee waren bezig elkaar de slaan met een zwaard.
En er was een groep bezig om een wand op te klimmen.
Het zag er allemaal vreemd uit op dat moment.
Wat me op viel dan te voornamelijk mensen en elven waren, maar er liep ook een dwerg en een halfling.

De man leide mij naar een kamer en zei dat ik daar moest wachten, en hij vertrok.
Na een paar minuten kwam hij terug samen met een oudere man, ik schat zo
ergens achter in de 60.
The oude man vertelde mij dat dit een school was voor ninja's, en dat hij
had gehoord van mijn behendigheid.
Hij bood aan mij hier te trainen. Omdat ik niet echt een eigen onderkomen
had besloot ik op zijn aanbod in te gaan en te blijven.
Ik trainde elke dag erg hard en werd een van Meester Yian's beste leerlingen.
Maar de man die mij hier bracht heb ik nooit meer gezien.

Ik leide een erg vreedzaam leven hier in de bergen.
In het begin moest ik veel vervellende klusjes doen tussen het trainen door zoals water halen, de Dojo schoon maken, binnen plaats aanvegen.
Maar ook de rommel in de ruimte waar de wapens gemaakt werden opruimen.
Vooral water halen was vreselijk. Dan kreeg je een juk over je schouders met aan beide kanten een emmer aan een ketting.
En daar moest je mee naar de bron om water te halen voor het eten en om te wassen. Die bron bevondt zich veel lager dan de school.
Heen ging meestal wel, maar terug met volle emmers was een ramp.

Meeste Wu Li zei dat die klusjes met zouden helpen om sterker en behendiger the worden.
In het begin begreep ik niet wat hij daar mee bedoelde, maar na een tijdje begon ik me toch sterker te voelen.
En zo was dat met meer klussen, je ging ze steeds makkelijker doen.

Er waren twee slaap vertrekken op de school.
Een voor de studenten, en een voor meester Wu Li.
Het slaap vertrek was gewoon een grote ruimte, waar iedereen sliep.
Je had geen ruimte voor jezelf, niemand had geheimen voor elkaar.
Persoonlijke spullen waren verboden.
We sliepen op rieten matjes met een hoofdkussen en een deken.
Het lag kei hard, maar ik was er wel snel aan gewend omdat mijn broers mij regelmatig uit mij bed trapte.

Ik had maar èèn echte vriend, een Elf meisje genaamd Aleandra.
We trainde bijna altijd samen.
Altijd hadden wij onze competities onderling.
Zelf als we samen water gingen halen deden we wie het eerst terug was.
Na een antal jaren gewoond te hebben op de school vertelde Meester Yiang mij dat hij mij niets meer te leren had op het moment.
En dat de beste manier op verder te trainen was, dat ik er opuit ging.

Toen op een avond werd de school aangevallen door een groep ninjas.
Alle studenten vochten met hun leven op de invasie te stoppen.
Eèn man, waarschijnlijk de leider, stapte in de chaos naar voren en zei dat hij zocht naar een jongen.
De man was groot en droeg een zwart ninja tenue.
Voor zijn gezicht droeg hij een masker van het gezicht van een of ander demoon.
Ik heb nooit echt begrepen naar wie hij nu zocht, omdat Meester Yiang en Aleandra voor hem sprongen.
Beide partijen stonden eerst tegen elkaar te schreeuwen, iets over een jongen die hier woond of heeft gewoond.
Meester Yiang riep dat de jongen die hij zocht hier nooit gewoond heeft.
The gemaskerde man riep nog iets en viel Meester Yiang en Aleandra aan.
Het was een heftige strijd tussen bijde partijen.
Ik begon te rennen om hen te helpen maar kwam te laat.
Toen ik daar aan kwam werd meester Yiang opzij geschopt tegen een muur en Aleandra lag aan de voeten van de gemaskerde man.
De man raapt Aleandra op en gooide haar over zijn schouder, en riep dat als wij haar ooit levend terug wilde zien, dan moesten we de jongen naar hem toe brengen.
Toen de aanval over was rende ik naar Meester Yiang, tilde hem van de
vloeren bracht hem naar zijn slaapvertrek.

Mijn meester was niet dood, maar werd dagen lang niet wakker.
Toen besloot ik dat het tijd was om Aleandra te gaan zoeken.
Eerst ben ik nog lang het huis gegaan waar mijn broers en vader woonden.
Helaas toen ik aan kwam was het huis afgebrand en lagen er twee verkoolde lichamen op de grond.
Ik kon niet opmaken wie dat waren. En ik vroeg me af waar de derde persoon was.
Ofzou mijn vader inmiddels al gestorven zijn?
De twee lichamen heb ik daar op die plek begraven, en ben vol woede en verdriet verder gegaan.

Ondeweg hoorde ik van een stad waar alles en iedereen rond loopt, en contracten uitgedeeld worden aan iedereen die wel wat werk wil verichten.
Deze stad was de ideale gelegenheid om mijn vaardigheden op de proef te stellen.

Ik raakte daar al snel bevriend met een groepje avonturiers die zeiden dat
ze nog wel een metgezel konden gebruiken.
En zo zijn wij op zoek gegaan naar avontuur......................
En misschien vindt ik daar wel aanwijzingen of de jongen waar ze het
over hadden.Of zouden ze mij..............?

This message was last edited by the player at 19:30, Tue 28 Mar 2006.

Rense
 player, 5 posts
Tue 7 Mar 2006
at 14:44
Haruki Anann
Zo, hier een deel van mijn background. Het is nog niet volledig, maar de rest volgt snel. Al gepost, omdat ik hoop dat dat stimulerend werkt.




De wedergeboorte
Langzaam klom Haruki die dag naar beneden. Voordat hij zijn eerste stap op de ladder zette, had hij nog eenmaal om zich heen gekeken. Iedereen die hem lief was stond in een cirkel om hem heen. Afwisselend werd er gelachen, gehuild en gedanst. Het ging allemaal zo snel die dag, het leek of alles tegelijkertijd gebeurde zonder dat de tijd voortgang maakte.

De zon stond laag en kleurde alles in een mooi oranje licht. Het hout van de ladder was warm en voelde droog aan toen hij zijn hand er op legde. Het hout kraakte zachtjes toen hij zijn gewicht op de ladder liet rusten. De menigte om hem heen reageerde met versterkte intensiteit; iedereen lachte harder, huilde indringender en danste furieuzer. Maar niemand zei een woord. Dat hoefde ook niet, Haruki wist wat hij doen moest.

Hoewel het een warme dag was, voelde hij het snel kouder worden. Iedere keer dat hij zijn hand uitstrekte, voelde hij dat de muren kouder waren geworden. Wat eerst nog goed afgewerkt baksteen was, ging over in harde, vochtige leem. Het begon anders te ruiken, muf. Haruki klom verder naar beneden. Die ochtend was hij wakker geworden van de zon die in zijn gezicht scheen. Na om zich heen gekeken te hebben, wist hij wat hij vandaag zou doen. Hij had alle tijd om zich voor te bereiden, hoewel dat de afgelopen maanden al gebeurd was. Die middag was een klop op de deur genoeg. Het zou beginnen.

De kou was scherp en het de duisternis volledig. De afdaling had lang geduurd en de afstand tot de wereld steeds groter. Hoe ver hij geklommen had, wist hij niet, dat kon hij niet meer inschatten. Hij ging zitten op de natte grond. Hij voelde de zachte aarde waar hij op zat en rondom de harde lemen muur. Hij kon alleen maar voelen. Geen geluid kon zo diep komen en het moest inmiddels nacht geworden zijn. Welke kant hij ook op keek, er was geen licht. De sterren werden omhuld door dikke wolken.

Alles om Haruki heen werd zijn lichaam. Zijn ademhaling blies door zijn oren, hij voelde zijn longen zich vullen met vochtige lucht. De lucht die hij uitademde, voelde warm aan bij zijn voeten. Krachtig pompte zijn hart het bloed door de aderen, met toenemende kracht en vaart. Het ritme werd oorverdovend, het tempo moordend. Hij voelde het bloed stromen, van het hart naar zijn kuit, terug naar het hart om dan naar zijn hersenen te vloeien. En weer terug. Alsmaar door, alsmaar sneller. Nog nooit had hij zijn lichaam zo gevoeld, nog nooit kende hij zo’n angst. Hij greep wild om zich heen en pakte het vertrouwde hout vast. Nu wist hij waar boven was, nu wist hij waar de sterren waren al kon hij ze niet zien. Alle tijd was weg.

Met de ladder in zijn hand, kwam zijn lichaam tot rust. Het begon pijn te doen van de ongemakkelijke houding waarin hij zat. Haruki bewoog zich naar achteren en voelde de koude muur tegen zijn rug. Met zijn voeten liggende op de onderste sport van de ladder kon hij met gestrekte benen net zitten. Hij voelde hoe zijn ogen dichtzakten, maar probeerde ze open te houden, ook al zag hij niets. Het kostte steeds meer moeite.

Haruki viel in slaap; in een flits zakte grond onder hem weg. Hij opent zijn ogen om niets te zien. Hij strekt zijn rug en merkt dat hij nergens tegen aan zit. Sterker nog, hij staat in een duistere kamer. Hij droomt dat een vrouw in een stoel zit, recht tegenover hem. ”Het is goed dat je er bent,”  klinkt de stem van zijn moeder. ”We wisten al dat je zou komen, maar niet wanneer. We hebben zitten wachten. Straks zal veel anders zijn, maar ook jij weet niet wanneer dat voorbij zal zijn. Ik mag je alleen een herinnering meegeven.”

Haruki’s droom maakt plots en wending. Hij bevindt zich in de berm, naast de weg naar het dorp. Hij is twaalf jaar. Hij iss op weg naar het dorp gestuurd, om een brief van zijn moeder naar de oude Araru te brengen. Het was warm die dag en hij had het zich in de berm gemakkelijk gemaakt. Het duurde niet lang doordat hij in slaap viel. Hij wist niet hoe lang hij geslapen had, maar toen hij opstond stond er iemand naar hem te kijken. De persoon droeg een lange pij, waardoor hij het gezicht niet kon zien. Aan de lichaamsbouw zag hij, dat het waarschijnlijk een oude vrouw was. De vrouw zegt niets, maar hij voelt een verwijtende blik op hem gericht. Plotseling komt de vrouw in beweging en schiet verrassend snel zijn richting op. Ze sterkt haar arm uit in Haruki’s richting en hij ziet een een dik beaderde hand op zich afkomen. Door de aderen stroomt donker bloed. Hij staat verstijft, als de vingertoppen zijn linkerwang aanraken.

De pijn schiet door zijn wang en hij knijpt zijn ogen dicht. Hij was weer alleen en wakker geworden. Toen hij ze weer open deed, was het donker. Hij voelde aan zijn gezicht om te merken dat zijn linker wang warm aanvoelde. De pijn bleef aanhouden. Hij kreeg het koud en bewoog wat. ”De ladder!” had hij hardop geroepen. Zijn stem klonk leeg, zo ver van de wereld. Niemand had hem gehoord maar de ladder was echt weg. Hij keek omhoog en zag de lange schacht omhoog. Heel in de verte zag hij een beetje licht. Het kleurde alweer oranje; hij moest hier dus lang geslapen hebben. Hij zat zo diep, dat het licht niet tot hem door kon dringen. Zijn eigen handen bleven zelfs onzichtbaar.
De ervaring was niet te beschrijven. Aan de ene kant was hij ontdaan geweest van zijn lichaam. Hij kon het niet zien, het kon geen geluid maken. Wat is geluid als niemand het hoort? De controle over zijn hart en ademhaling was hij kwijt geweest. Toch voelde zijn lichaam als nooit eerder. Haruki voelde de kracht, de weerbaarheid van zijn lichaam steeds duidelijker. Hij keek omhoog, de onmetelijke hoogte in. Hoe kon hij hier uit komen? Hij had geen eten, geen drinken. Er staken wel wat stenen en wortels uit het leem. Hij kon er op omhoog klimmen, maar eenmaal aangekomen bij het gedeelte dat afgewerkt was met bakstenen, kon hij niet verder.

Langzaam liet hij zich weer naar beneden zakken. Hopeloos zat hij op de grond, met zijn rug tegen het leem. Langzaam voelde hij zich naar achteren zakken. Het was alsof hij door de muur heen getrokken werd. Dit keer was hij wel wakker. Hij stond weer op en keek om zich heen. Nog steeds donker, maar het was wel warm en droog. Al voelend ontdekte hij, dat hij in een gang stond. Struikelend en tastend volgde hij de muur, tot hij op een deur stuitte. De klink ging soepel naar beneden en de deur ging naar binnen open. Eindelijk een beetje licht! Hij stond in een grote kamer met in het midden een stoel. Het licht kwam vanuit een tweede kamer, maar ditmaal was er geen deur. ”Ga zitten Haruki, maak het je gemakkelijk.” Het was de stem van zijn vader. ”Je moeder gaf je een herinnering mee, ik zal je een advies geven. Maar ik merk dat we snel moeten zijn.” Op dat moment hoort ook Haruki stappen in de gang naderbij komen. Ze klinken zacht en indingend tegelijk. Zijn vader klinkt nu gehaast en gespannen. ” Ga snel weer, mijn zoon, ga door de muur links van je. Laat je leiden, volg het goede pad, altijd en trouw!”.

Haruki zat nog niet maar is dit niet van plan. Hij rent naar zijn vader, maar bij de derde stap hoort hij zijn vader ”Nee, niet naar mij toe komen. Onder geen beding hier naar toe komen, dan is alles verloren!” Paniek klinkt in zijn stem. Dit maal luistert de gezagsgetrouwe Haruki en loopt hij naar de aangewezen muur. Achter zich hoort hij de deur naar de gang opengaan. Hij draai zich om en ziet persoon in een pij. Ditmaal lijkt het een oude man te zijn. Op het moment dat hij op Haruki afschiet, laat die zich achterover in de muur vallen.

Het was nog steeds koud en donker. Als hij naar boven kijkt, dan ziet Haruki dat het nog steeds avond is, of alweer? Hij is zijn gevoel voor tijd kwijt en weet niet hoe lang hij steeds in die kamer is. Hij voelt wel aan zijn lichaam, dat het verzwakt raakt. Hoe lang zouden ze hem hier laten zitten, is dit wel de bedoeling? Hij mocht onder geen beding de put verlaten, was hem gezegd. Die nacht durfde hij niet te slapen. Hij bleef de lucht boven hem in de gaten houden. Toen de sterren boven hem verschenen, hoopte hij in het licht dat naar beneden scheen zichzelf te kunnen zien, maar tevergeefs. Hij probeerde de tijd te volgen aan de stand van de sterren om wakker te blijven. Toen het licht begon te worden, was de slaap de sterkste.

Hij werd wakker badend in het licht. Toen hij zijn ogen opende, zag hij alleen wit. Langzaam kon hij zijn lichaam onderscheiden, terwijl zijn ogen zich instelden op het felle licht. Hij keek omhoog, waar het licht vandaan kwam. Zijn ogen werden weer verblind, maar hij hield vol. Hij voelde hoe de warmte van het zonlicht de stijfheid uit zijn ledematen verdreef. De zon had die dag haar hoogste positie zo gekozen, dat ze in het verlengde van de lange schacht van de put stond. Na hooguit een paar minuten was het voorbij, op slag was het donker. Haruki zag de schaduw van de putrand omhoog klimmen. Met zijn ogen nog niet gewend aan het donker, zag dat het vocht op de muur het licht net boven die schaduw weerspiegelde. Stenen die net iets uit de muur staken werden zichtbaar. Haruki was opgesprongen en klom eenvoudig langs het lemen deel omhoog, zoals hij daar eerder gedaan had. ”Wacht op mij!” Aangekomen bij het baksteen keek hij omhoog. Daar zag hij een pad van op uitstekende bakstenen weerkaatst licht. De eerste stenen waren al bijna niet meer zichtbaar: de zon draaide verder. Snel volgde hij het aangegeven pad en terwijl hij klom, werden de volgende stenen al zichtbaar.

Bloedend en naakt liet Haruki zich aan de rand van de put op de grond vallen. Tijdens het klimmen waren zijn kleren gescheurd en van zijn lichaam gevallen. Zijn lichaam was besmeurd met slijm van vochtig leem en mos. Het licht was zo fel. Hij haalde diep adem. Toen zijn longen zich vulden met de eerste verse lucht barstte hij uit in geluidloos huilen.
Werner
 player, 13 posts
 Walter Bedrom Memory
 Radji `l Furiae
Wed 8 Mar 2006
at 15:59
Rojo Nieve
Luister vriend, als je met mij moet reizen, dan zullen we elkaar moeten vertrouwen. Daarom wil ik je mijn levensverhaal vertellen, als bewijs van mijn vertrouwen. Schenk je glas nog maar vol, dan zal ik ondertussen nog wat hout op het vuur gooien.
De half ork richt zich op, loopt naar het haardvuur en gooit er enkele blokjes op. Dan wandelt hij terug naar krukje, die kraakt zodra hij er op gaat zitten. Rojo slaat er echter geen acht op. Met rustige ogen kijkt hij je aan en zegt:
Nu dan, geen woord van jou. Laat mij mijn verhaal afmaken, daarna hebben we nog tijd zat voor je vragen.

Ik ben geborgen als zoon van alleenstaande moeder. Mijn vader heb ik nooit gekent, daar hij mijn moeder heeft verlaten toen ik nog klein was.
Mijn moeder en ik woonde in een klein dorpje en verkochten hout, dat we zelf haktje in het nabijgelegen bos.
Toen ik nog maar net een man was geworden, is mijn moeder overleden aan de griep. Ik had verder geen familie leden, dus heb ik alles wat er van dat leven over was verkocht en ben ik de wijde wereld in getrokken.
Zonder enige trainig of ervaring kwam ik al snel in de problemen. Binnen de kortste keren werd ik beschuldigd van diefstal en inbraak. Die nacht in Blundhillscreek zal ik nooit vergeten. Ik was zo bang... ze wilden me ophangen. Ik ben in doodsangt gevlucht. Ik zweer je, ik dacht dat ik me kop zou verliezen. Ik heb gerent zoals ik nog nooit gerent heb. Toen ik eenmaal neerstorte van uitputting viel ik in een diepe slaap. De volgende 3 dagen heb ik net zo hard doorgerent, elke nacht weer van uitputting in slaap gevallen om de volgende ochtend zonder ontbijd weer door te rennen. Daar op de Miltonmire was ik van uitputting en honger gestorven als ik niet was gevonden door Al Kadrom en zijn mannen.
De leider van de Zes Speren heeft me opgenomen in zijn leger. Waarom weet ik niet, maar de man had respect voor me. Hij leerde me alles wat hij me kon leren. Zijn favorite wapen, de dubbele bijl (of Drocak Shak) werd mijn specializatie. Vier jaar van mijn leven heb ik onder zijn leiding doorgebracht. Ik was trouw aan hem. Hij gaf mij de kans iets te zijn, een man de zijn.

Ik heb nooit begrepen waarom hij me weg stuurde. Zoals ik veel van Al Kadrom niet begrijp. Hij zei me op een avond in zijn tent, dat ik meer in me had dan soldaat te zijn onder zijn bevel. Alles wat ik had willen worden, een groot krijger als Al Kadrom, werd in enkele woorden vernietigd toen ik werd verbannen van zijn landen. Het is mijn dood als ik terug keer naar zijn gelederen. Ze zullen we zonder te aarzelen in mootjes hakken.

Zo doende ben ik voor de tweede maal de wijde wereld in getrokken. Mijn weg vervolgend, zonder te weten waar in heen ging, kwam ik tijdens een koude winter terecht in Bokheim, een stad ver in het oosten. De pas was gesloten, zodat ik gedwongen was te wachten tot de sneeuw was gesmolten.
Wist ik veel dat ik in het bolwerk van de Slijpers was gekomen, één van de grootste halflingen gildes in de stad. De Slijpers, een gilde van mijnwerkers en stenenslijpers, is alleen toegankelijk voor halflingen. Wie geen halfling is, is of zakenpartner of vijand.
Helaas werd ik hun vijand, door mijn eigen domheid en ongeduld. Ik heb op een zotte avond een gilde lid lens geslagen. Ik zou zijn vermoord als een van de gilde leden, Slim er niet was geweest. Hij heeft mijn pardon verdient, door het gildelid een som goud te betalen. Ik kon niet anders dan hem dienen tot het goud was afbetaalt, dus ben ik onder Slim gaan werken. Slim en ik werden het perfecte duo. We deden allerlei klusjes voor het gilde, vooral afpersing en inbraak. Ik moet vooral de wacht houden en de dorpelingen intimideren.
Je begrijpt, dat je met zulk werk in een wereld stapt waar je niet zo maar uit kan. Ik was één van hun, zonder lid van het gilde te zijn. Een situatie waar veel gildeleden moeite mee hadden.
Ze hebben in het holst van de nacht Slims keel door gesneden, de ratten!

De halfork slaat met zwaar gefronste wenkbrauwen zijn hand op zijn knie.
Ik weet wel wie het heeft gedaan, maar ik heb nooit iets tegen ze kunnen ondernemen. Op hun terrein zijn de Slijpers met veel te goed. Ze kennen de stad en ze zitten overal.
Dus ben ik voor de derde maal mijn geluk gaan beproeven in de wijde wereld. Ditmaal naar het westen trekkend ben ik van stad naar stad getrokken, kleine klusjes aannemen. Ik ben nooit te lang gebleven hangen, bang dat ik weer een gevangenen in een gilde zou worden.
Daarom werk ik nu alleen. Ik heb mezelf en mijn bijl, dat is tot nu toe genoeg geweest om mijn kop te redden. Er is niemand die me vertelt wat ik moet doen. Ik ben nu eigen baas en meester. Schrijf me niet de wet voor kerel! Als je een schoothondje wil, dan zit je bij mij verkeerd. Ik heb al veel te veel tijd besteed aan het volgen van anderen.
Wel, Salud! Op een goede samenwerking zonder verplichtingen, kerel! Moge de toekomst ons goed gezint zijn!

De half ork heft zijn kroes hoog in de lucht en kijkt je met een brede grijns aan.

This message was last edited by the player at 20:21, Sun 02 Apr 2006.

Ralf
 player, 7 posts
Tue 4 Apr 2006
at 18:48
Biografie van Dworgin
Biografie van Dworgin

Ik ben geboren in een enorm dwergenkoninkrijk ten westen van hier. Mijn vader is smid en mijn moeder had de taak voor mij en mijn vele broertjes en zusjes te zorgen.
Omdat ik zo veel broertjes en zusjes had neem ik nu niet de moeite ze allemaal op te noemen aangezien jullie ze toch niet kunnen onthouden.
Zoals gebruikelijk in een groot gezin had iedereen zo zijn eigen taak en verantwoordelijkheden. Omdat ik de oudste ben, was het vanzelfsprekend dat ik in mijn vaders voetsporen als smid zou treden.
Bij ons dwergen is smid niet zomaar een smid die op een dag zegt: zo, nu word ik smid en bewerk met mijn hamer vanaf vandaag het ijzer en staal. Nee… zo gaat dat bij ons in het dwergenkoninkrijk niet. In plaats daarvan begin je bij het begin. Hier bedoel ik dan ook het allerbegin mee, dat wil zeggen op jonge leeftijd.
Ik ben dan ook begonnen op jonge leeftijd, ik geloof dat ik een jaar of twaalf was. Ik kon net lopen toen mijn vader mee begeleidde naar het binnenste van de berg, waar het materiaal gedolven wordt die wij als smid versmeden tot de wapens die jij en ik gebruiken.
Vanaf die dag heb ik dan ook geholpen met het zoeken naar, en delven van, het door ons zo geliefde materiaal IJZERERTS. Ohw wat houd ik toch van dat woord.
Enfin, zoals gezegd ben ik dus groot geworden tussen de ijzererts. Ik heb vele jaren ijzererts gedolven, totdat ik hier de kennis van bezat. Toen werd het tijd voor mij om een stapje verder te gaan. Ik was ondertussen een jaartje of 30, vrij jong voor een dwerg, toen ik de titel pioneer kreeg. Dit hield in dat ik verantwoordelijk was voor het zoeken en vooral vinden van rijke aders in ons gebergte.
Het was in deze tijd dat ik mij op een dag zeer diep in onze berg bevond, zo diep dat ik geen sporen of geluiden meer van andere dwergen kon opmerken. Ik was die dag opgestaan met een overweldigend gevoel, eigenlijk kan ik het niet anders beschrijven.
Maar goed, ik bevond me zoals gezegd zeer diep in onze berg en ik was een ader op het spoor die nog verder de berg in leidde. De ader was zeer klein begonnen maar had mijn aandacht getrokken door de uitmuntende kwaliteit van de erts die erin was opgeslagen. Ik ben de ader zoals gezegd gevolgd en al hakkend en beukend heb ik mij een weg gebaand door het massieve gesteente.
Voordat ik nu verder ga moet ik eerst wat uitleggen: Wij dwergen, als wij een ader vinden zoals hierboven het geval is, gaan dagenlang door tot we de oorsprong en daarmee ook de beste kwaliteit ijzererts hebben gevonden.
Ik denk dat ik ongeveer drie dagen lang heb doorgehakt toen ik een geluid hoorde, en wel een geluid dat kwam van de andere kant van de muur. In eerste instantie dacht ik dat het een echo van mijn hamer was, maar toen ik het nog een keer hoorde ben ik als een bezetene door gaan hakken. Totdat ik in een enorme ruimte terecht kwam. In deze enorme ruimte lag een enorm wezen. En ik moet zeggen dat ik hem best even kneep, vooral toen het enorme wezen een van zijn ogen opende om mij gade te slaan. Het enorme wezen had een metaalachtige gloed over zich heen en leek wel te blinken in het weinige licht dat hier was. Toen het zijn enorme bek opende en tot mij sprak leek de berg te schudden, maar tot mijn verbazing was het wezen vriendelijk en sprak lovende woorden over mij uit.
Hij zei mij dat ik zijn verlosser was en dat hij mij zou zegenen zoals alleen draken dat kunnen. Het was vele duizenden jaren geleden zo zei hij dat hij enige vorm van leven had kunnen aanschouwen. En ik was de persoon die hem opnieuw die mogelijkheid kon bieden. Ook vertelde hij me hoe hij zo in het diepste van de berg was gekomen, het was namelijk zijn gevangenis, gecreëerd door een machtig, waarschijnlijk al lang overleden tovenaar. Zijn naam ben ik door je loop van de jaren heen helaas vergeten.
Na een uitvoerig gesprek over filosofie, de zin van het leven en andere ingewikkeld gesprekstof, ben ik terug naar boven gegaan om mijn vader in te lichten over mijn ontdekking.
Al snel wist heel het dwergenkoninkrijk van mijn ontdekking en werd er een vergadering gehouden waarbij ik aanwezig moest zijn. Nadat ik de hoge lieden heb kunnen overtuigen dat de draak geen kwaad in de zin had en ons zou belonen als we hem zouden bevrijden, is er begonnen met de enorme onderneming om een gat te hakken dat groot genoeg was om de draak door te kunnen verplaatsen naar buiten toe. Na maanden zwoegen was de klus geklaard en kon de zilveren draak voor het eerst in eeuwen zijn vleugels fatsoenlijk spreiden en het luchtruim kiezen.
Ik heb de draak sindsdien nooit meer gezien maar toch weet ik dat ik een deel van hem bij me draag.
Enfin, na deze epische gebeurtenis keerde ons leventje weer terug in zijn normale vorm.
Ik werd wel in een keer gepromoveerd tot smid wat ik jarenlang heb gedaan, maar wat mij nooit de bevrediging heeft kunnen bieden dat ik zocht. Op een zekere dag heb ik het leventje  in ons dwergenkoninkrijk gedag gezegd om voor het avontuur te kiezen.
Mijn weg leidde mij hiernaartoe, naar stromhold waar ik al snel jullie, mijn companen, heb leren kennen.
Rutger
 player, 2 posts
Tue 4 Apr 2006
at 20:50
Een verhaal van een stadsjongen
Gezellig bij het haardvuur zit een klein mannetje op een wat voor veel mensen een klein krukje, maar zelfs dan komt hij met zijn harige voeten niet eens bij de grond. Hij rookt een dun pijpje en kijkt met zijn kleine kraal oogjes iets wat schichtig om zich heen, bijna als wakend voor een steeds drijgend gevaar. Maar als de ogen je aankijken, verscheind er een lach en zecht hij vriendelijk: Goededag luitjes, waar kan ik jullie mee van dienst zijn? want er is niets wat geen waarde heeft..... Of kan ik iets voor uw betekenen op zakenlijk gebied?..
En hij trekt iets zijn wenkbrauw op maar wacht vol spanning op jou andwoord...ach wat onbeleefd van me mijn naam is sid, maar de meeste noemen me sid de kid. Maar dat vind ik persoonlijk toch wel een erg fluiwe grap?. Wel gek dat eigenlijk iedereen me kend als sid de kid. Maar goed wat wilde je nou eigenijk? Oh je wilde meer over mij weten.. Nou ja ach ik ben gewoon een jongen want da stad geboden in een buiten wijk van deze stad en ben kort na mijn  kinderjaren in een weeshuis in de niet ver hier vandaan. Later heeft Mol Biker me opgenomen in zijn gilde en daar heb ik geleerd hoe ik sleutels voor huizen moets maken. De slotenmakers werden we altijd genoemd.. Best een leuk beroep hoor,En ik heb zo wel wat mensen leren kennen maar het was toch niet alles voor mij.. Ik wilde eigenlijk meer avontuur..In deze steden van de wet daar is wel avontuur maar het is nooit echt veilig.En hij vloed met zijn hand langs zijn nek of alles er nog aan zit.Ja Die kant is nooit veilig he En al snel verscheind er een grijns op zijn gezicht.   Maar goed dat is er eigenlijk nooit echt nog van gekomen. Maar als je ooit je sloten niet meer open krijgt kom dan maar ff langs dan zal ik kijken wat ik voor je kan doen..Oh je wilt dat ik mee ga op avontuur?.. nee echt En je ziet de twinkeling in zijn ogen op gloeien als koltjes in het haard vuur. Nee tuurlijk ga ik mee.. Maar dan pak ik even mijn spulletjes en dan kom ik er aan.... En weg is die tussen de menigte.Plots verscheind zij hoofd tussen twee benen.D'r is toch wel geld mee te verdienen he?!! Want anders ga ik niet!Maar na een korte knik en weg is die weer.
Niet kort daar na staat hij weer voor je gekleed in een reiskostum met een buidel aan zijn riem en een rugzak op zijn rug. Aan zijn zeide draagt hij een kort zwaard en tevreden kijkt hij je aan.Zullen we dan maar gaan? Het AVONTUUR wacht.

This message was last edited by the player at 20:51, Tue 04 Apr 2006.

Detlef
 player, 2 posts
Tue 4 Apr 2006
at 21:52
Sharakur
Datis de naam die mijn ouders mij gaven toen ik negentien jaar geleden geboren werdt. Mijn vader werktte als edelman aan het hof voor de koning. Daar ben ik geboren, en verwend tot mijn twaalfde levensjaar. De aanvang voor mijn echte opleiding ging toen starte.
Ik ben opgeleid door mijn eigen vader, tot hexblade.
Van af dat moment was hij ook niet meer mijn vader, maar een leermeester.
Hij leerde mij kennis over arcane magie, van je vijhanden moet je leeren. Leer ze te begreipen om vervolgens, hun zwake pleken, te kunnen benutten.
Om een tegenstander te overwinnen moet je zorgen dit jij de overhand krijgt.
Deze kennis werd in de avond uren overgebracht, soms tot sóchtens vroeg. Leer om mensen te gebruiken wand ze zijn er voor. Dat waaren zijn laatste woorden toen ik van huis vertrok. En zo word je rijk
Sayanne
 player, 4 posts
Mon 17 Apr 2006
at 09:49
Quiatra Orebane
Niet meer zo contest, maar nog wel mijn background :D

Quiatra
Zoals alle andere gnomes bij mij uit de buurt werd ik geboren uit een vader en een moeder. Ook had ik broertjes en zusjes, maar die waren allemaal erg gewoontjes en oninterressant. Toen ik geboren werd daarentegen, was meteen duidelijk dat ik mijn leven niet als alledaagse gnome zou slijten. Mijn moeder heeft me herhaaldelijk bezworen dat ik echt de dochter van mijn vader was (en zij is niet het type om te liegen), maar in het dorp werd er gepraat. In tegenstelling tot mijn broertjes en zusjes (en elke andere gnome die ik ken) heb ik een heel licht uiterlijk. Mijn ogen zijn zeer lichtblauw, en mijn haar is bijna wit. Mijn huid is ook lichter dan die van de gemiddelde gnome, en heeft op één of andere manier een transparante structuur. Ondanks dat ik op zich niet minder woog dan de gemiddelde gnome, dachten mijn ouders af en toe dat ik op de wind weg zou waaien.

Buiten dat was mijn jeugd niet heel ongewoon. Ik leefde samen met mijn ouders en broertjes en zusjes in ons dorp, leerde lezen, schrijven en andere normale zaken samen met de andere kinderen in het dorp. Helaas was dat soms ietwat saai, maar elke dag werd mijn leven opgevrolijkt door mijn medestudenten, die het niet konden verkroppen dat zij in vergelijking met mij zo’n saaie en nietszeggende toekomst voor zich hadden, en dat ook lieten merken. Vaak probeerde ik hun gelaat op te vrolijken met de mooie kleur blauw. Dit konden zij niet waarderen. Vaak ook probeerden zij mij dezelfde dienst te bewijzen, maar ik heb altijd gevonden dat blauw mij niet stond.

Toen ik iets ouder werd, begon ik veranderingen te bemerken. In eerste instantie dacht ik dat deze behoorden tot het type waar elke andere gnome van mijn leeftijd ook mee te maken had, maar na een tijdje realiseerde me ik, dat ik ongewone krachten bezat. Ik kon mijn gedaante veranderen, waarbij ik een stuk groter werd. Eindelijk waren daar dan de vermogens waarvan ik wist dat ze moesten komen. Eindelijk gerechtigheid. Daar kwam het dorp ook achter. Iedereen die schuin naar mijn moeder had gekeken toen ik geboren werd zou het berouwen.
Kort daarna besloot ik dat de tijd die ik had moeten doorbrengen met mijn bekrompen dorpsgenoten tot een einde moest komen, en ik pakte mijn spullen, en vertrok, op zoek naar anderen zoals ik.

Dat doel werd snel bijgesteld. Overleving werd belangrijker, en ik werd serieuzer.
Ik had natuurlijk wel wat geld, maar ik kwam erachter dat dat bij lange na niet genoeg was. Ik begon manieren te bedenken om aan geld te komen. Werk op een van de boerderijen langs de weg bleek lastig te zijn, aangezien gnomes niet bekend staan om hun kracht. Uiteindelijk begon ik mijn nieuw verkregen gaven te gebruiken om reizigers van hun goud te ontdoen. Je wilt niet weten hoeveel reizigers ’s nachts nog zonder wacht uit te zetten gaan slapen (en het is moeilijk om de volgende dag sporen terug te vinden als de nachtelijke bezoeker boven de grond zweeft met hulp van de wind) Of hoe makkelijk sommige mensen voor de gek te houden zijn met een glimlach en een onschuldig gezicht. Ik kon mezelf daarmee redelijk onderhouden, en ik heb het, al reizend, een aardige tijd volgehouden, ondanks dat ik er niet echt goed in was. Op een gegeven moment had ik er echter meer dan genoeg van, en ik ging op zoek naar een manier om een wat vaster inkomen te hebben. Anderen zoals ik kwam ik nooit tegen.

Ik verbleef in een herberg langs de weg, toen ik een stel adelijke vrouwen hoorde praten over een oude dame die haar bediende onlangs verloren had. Ik besloot dat ik de volgende zou worden. Ik maakte van de faciliteiten in de herberg gebruik om mijn uiterlijk op orde te krijgen, en na geinformeerd te hebben waar ik de dame in kwestie kon vinden (ik ontdekte dat haar naam Alicia was), begaf ik me naar haar landhuis, dat ietwat achteraf lag. Ik weet niet precies wat ik daarvan had moeten verwachten, maar wat ik vond was ongelooflijk. Het enorme huis werd gerund door een kok en een kamermeisje, terwijl de oude vrouw die er woonde constant bezig was in één van de kamers, en niet gestoord mocht worden.

Ik stelde me mijzelf voor als bediende daar, de hele dag mn eigen gang gaan terwijl de oude dame bezig was. Toen ik, na een tijdje wachten en een korte conversatie met het kamermeisje, eindelijk bij haar werd gelaten, was ik vastbesloten om mijn uiterste best te doen om die baan te krijgen. En dat bleek voldoende te zijn. Ik werd aangenomen, en zou meteen in één van de vele kamers intrekken. De volgende dag zou ik horen wat mijn taken zouden zijn. De dame liet me weten dat ze heel wat van me zou verwachten, en dat ze een veeleisende werkgever was. Met het luie beeld nog in mijn hoofd knikte ik, en zei mijn uiterste best te doen, denkend dat het allemaal wel mee zou vallen.

De volgende dag werd er al voor het krieken van de dag op mijn deur geklopt. Het kamermeisje liet me weten dat ik nodig was, en me zo snel mogelijk naar een bepaalde kamer moest begeven. Groot was mijn verbazing toen de oude dame daar stond, aangekleed en wel, en van me vroeg naar de stad te gaan, om bij edele zus en zo informatie in te winnen. Of ze die nou kwijt wilden of niet. En dat was nog maar het begin. Vaak kreeg ik ‘missies’ waarbij ik dicreet informatie moest verzamelen, flink mijn ogen de kost moest geven, of moest infiltreren bij andere edelen. Soms ook moest ik anderen overtuigen om mij de nodige informatie te geven. Wanneer de oude dame echter verwachtte dat dat problemen op zou leveren zorgde ze altijd dat ik iemand anders, die wellicht iets breder en zwaarder gebouwd was als ik, bij me had die eventuele “beloftes” aan de persoon in kwestie waar zou kunnen maken. Meestal was die belofte dan al genoeg om mensen aan het praten te krijgen.

Toen Alicia erachter kwam dat ik mijn gedaante kon veranderen, begon ze me te leren hoe ik me kon voordoen als iemand anders, en regelmatig liet zij mij daar ook gebruik van maken. Daarbij leerde zij me iets van etiquette, hoe men andere mensen meer geneigd maakt iets voor je te doen, en ze leerde me bepaalde aspecten van alchemie. Zelf voegde ik daar mijn masker van onschuld en goede wil aan toe. Nooit werd ik gegrepen of ontdekt, in al mijn jaren die ik voor haar heb gewerkt, al heeft het een aantal keer bijzonder weinig gescheeld. Mijn vaardigheden namen weliswaar toe, maar toch denk ik dat ik abnormaal veel geluk heb gehad.

Ik woonde in het landhuis van mijn patrones, deed mijn werk, en accepteerde de informatie die zij me gaf, en die ik voor haar moest verzamelen, bemoeide me voor de rest nergens mee, hoeveel moeite het me ook kostte. Ik had weinig contact met de andere bedienden, Mia en Gerard, en zij zochten ook weinig contact met mij. Jarenlang heb ik daar geleefd, tot ik op een dag thuis kwam van een missie, en het huis in ravage aantrof.

Ik doorzocht het huis. Mia en Gerard had ik snel gevonden, helaas. In eerste instantie leek het alsof zij beiden aan de keukentafel in slaap waren gevallen, was het niet voor de geur, en een nadere blik liet een kunstig verborgen wond zien. Dodelijk. Vluchtig ving ik, met mijn kennis van alchemie, ook de geur op van een sterk slaapmiddel dat duidelijk al bijna helemaal vervlogen was.
Ik zocht verder, maar kon in het huis geen spoor vinden van de oude dame. Wel waren enkele deuren geforceerd, van kamers waarvan ik wist dat Alicia daar vaak bezig was. Eerst ging ik echter naar de oude dame zelf op zoek.

Ik vond haar in de stallen achter het huis. Uiteraard had ik mijn pony daar niet heen gebracht toen ik aankwam en het huis geruineerd aantrof. Alle paarden waren vrijgelaten, en op de hooizolder vond ik mijn patrones, al enkele dagen dood, en duidelijk hardhandig ondervraagd. Ik wist dat Alicia het slachtoffer was geworden van haar eigen intriges. Ik begroef haar achter het huis, samen met Mia en Gerard.

Nu de oude dame dood was kon ik mijn nieuwschierigheid niet meer bedwingen, en ik ging terug naar het huis om de kamers te onderzoeken. Helaas vond ik minder dan ik had gehoopt. Degenen die het huis binnen waren gedrongen hadden duidelijk de kamers doorzocht, en alles van belang meegenomen. Het enige dat ik kon vinden waren enkele half verbrande formulieren die erop wezen dat Alicia lid was geweest van een organisatie die zich met duistere dingen bezighield. Het vuur was kennelijk niet zorgvuldig genoeg opgezet, en de indringers hadden blijkbaar niet het geduld gehad erbij te blijven, vandaar dat de documenten het overleefd hadden.

Ook werd mij duidelijk dat zij teveel wist, en daarom het zwijgen opgelegd moest worden. Ik weet echter niet of het werk dat ik voor haar deed vóór, of tegen de organisatie in kwestie was gericht. Over de organisatie zelf kon ik erg weinig opmaken. Er waren nergens directe verwijzingen te vinden, alles was gecodeerd, en dubbel gecodeerd. De enige manier waarop ik op had kunnen maken dat het uberhaupt om een organisatie ging, was door de lessen die ik van de oude dame had gehad, en vanwege de missies die ik voor haar had gedaan.

Ik zat zonder werk en inkomen. Omdat iedereen in de omgeving wist dat ik bij Alicia hoorde, en zij nu dood was, kon ik daar niet blijven. Ik vermomde mij als man, aangezien ik het vermoeden had dat de eerste verdenkingen naar mij uit zouden gaan. Alicia was zeer geliefd in het dorp, en ik was, zoals altijd, de buitenstaander geweest (Mia en Gerard waren beide opgegroeid in het dorp, en wisten ook niets van de praktijken van hun werkgeefster, waarschijnlijk had zij daarom mij aangenomen toen de mogenlijkheid zich voordeed). Zo verliet ik de regio.

Dit keer, ging ik op zoek naar de mysterieuze organisatie waar Alicia lid van was geweest.
Buiten de documenten die ik in de haard had gevonden, had ik enkele andere aanwijzingen. Alicia mocht dan erg gesloten zijn op zakelijk gebied, op het persoonlijke vlak was ze iets opener. Zo vertelde ze eens dat zij en haar enige broer stamden uit een oud adellijk geslacht. Omdat ook de meeste van mijn opdrachten zich in de hogere sociale kringen afspeelden, vermoedde ik dat ik daar moest gaan zoeken naar samenzweringen en geheime genootschappen. De informatie waar de oude dame altijd het meeste belang aan hechtte, ging over magische en bovennatuurlijke zaken. Dat zette mij op het spoor van een geheime cult voor verveelde adellijke telgen. Daarmee kwam ik er echter niet.

Na een speurtocht van enkele maanden had ik nog nauwelijks nieuwe informatie. Mijn oude ingangen kon ik niet gebruiken, want die relateerden mij aan Alicia, en lagen te dicht in de buurt. Nergens kon ik harde bewijzen vinden, maar op sommige plaatsen was het duidelijk dat er meer aan de hand was. Mensen die verdwenen, personeel dat kwam en ging, edelen die soms enkele dagen onvindbaar zijn, mysterieuze individuen die regelmatig een bezoek kwamen brengen. Soms waren een paar dagen al genoeg om erachter te komen of de cult actief was in een bepaald gebied. Altijd op de achtergrond. Maar nooit was er ook maar enig bewijs te vinden. De edele was een paar dagen jagen, de mysterieuze ridder bleek een huwelijkskandidaat voor de oudste dochter te zijn, of zo werd er gezegd.

Ten einde raad, en ook aan het einde van mijn geld, begaf ik me naar de stad waar ik meende de hoogste kans van slagen te hebben. Stromhold.

This message had punctuation tweaked by the player at 09:54, Mon 17 Apr 2006.

Sayanne
 player, 40 posts
Tue 18 Nov 2008
at 11:40
PIPET
Pipet

Er was een dag, zo in het voorjaar, dat ergens in een bos, ergens in het land, dat een jongetje geboren werd. Zijn moeder was volstrekt normaal, al bracht ze het grootste gedeelte van haar tijd door in de bossen en andere natuurgebieden van het land. Daar was echter niets vreemds aan, aangezien ze druïde was, en zeer aan de natuur toegewijd. Zij hield zich bezig met het bestuderen, beschrijven, en beschermen van de verschillende levensvormen die zij tegenkwam. Vreemd is het dan ook, dat zij zich niet veel meer kan herinneren van haar relatie met de vader van het jongetje. (Wellicht is dit toe te schrijven aan een bijzonder selectief geheugen, aangezien zij ook bijzonder veel geheugenproblemen heeft wanneer iemand om een wedergunst vraagt, of om een rekening die nog betaald dient te worden.)

Dit alles had echter weinig invloed op het jongetje, dat Pipet genoemd werd. Pipet was heel duidelijk een kind van de natuur. Hij was niet geboren met fijne haartjes en een gladde huid, maar met kleine blaadjes, en iets wat alleen omschreven kan worden als de bast van een jonge boom. Al op jonge leeftijd bleek Pipet een vrolijk kind te zijn, dat niet al te veel vragen stelde aan de wereld om zich heen, maar alles gewoon over zich heen liet komen. Dat zijn moeder, die nogal precies is, zich wel eens ergerde aan de nonchalante houding van Pipet, was dan ook niet zo raar. Pipet stoorde zich hier echter niet aan, en ging vrolijk door met zijn gemakszuchtige bestaan, waarin hij slechts nu en dan iets oppikte van de lessen die zijn moeder hem bij probeerde te brengen.

Dit ging een tijdje goed, totdat Pipet een jaar of 14 werd,een leeftijd waarop van de meeste jongens verwacht wordt dat ze zich gaan bezighouden met de professie die zij later in hun leven zullen beoefenen. Het was voor Pipet geen vraag welke professie dat zou zijn: hij zou, net als zijn moeder, druïde worden. Tenminste, dat wilde zij graag. Pipet zelf zag het niet zo zitten om jaren en jaren te studeren, en kneep er tussenuit zodra hij de kans kreeg. Dit zette de relatie tussen Pipet en zijn moeder zeer onder druk.

Dit alles had geen probleem hoeven zijn, en Pipet had zich uiteindelijk wel naar de wil van zijn moeder geschikt, ware het niet dat er in dat jaar, een verbloemde, maar niet minder massale, heksenjacht was geweest van enkele dienaren van zeer diverse goden, op individuen die verdacht werden van godenschennis. Deze heksenjacht had als gevolg dat één van voorgenoemde individuen het diepe woud invluchtte, alwaar hij de nietsvermoedende Pipet tegenkwam.

Pipet voelde zich meteen aangetrokken tot de charismatische man, die hij leerde kennen als Club. Hij verborg Club in het bos toen hij hoorde dat de man gezocht werd door de kerk. Pipet kende de goden als bemoeizuchtige wezens, die je vertelden wat je wel of niet mocht doen. Hij kon zich dan ook meteen verplaatsen in Club toen die vertelde dat hij opgejaagd werd omdat de goden het niet leuk vonden dat hij bepaalde dingen deed. Hij liet echter in het midden watvoor iets dat dan precies was.

Dat werd echter duidelijk toen Pipet op de vroege ochtend op zoek ging naar Club, en hem aantrof met een afschrikwekkend wezen dat in aanblik roteerde van een man naar een geestachtige tijger en weer terug. Club riep het ding aan en onderhandelde ermee, en op den duur verdween de verschijning, maar Pipet had genoeg gezien om te begrijpen dat dit hetgene was dat de goden niet zo leuk vonden. En toen Club dwars door bomen weg liep begreep hij nog iets anders: dit was een hele makkelijke manier om zonder studie toch aan magische krachten te komen.

Pipet was niet dom. Hij snapte ook wel dat magie het leven een stuk gemakkelijker en aangenamer kon maken. Dat was ook de voornaamste reden dat het uiteindelijk wel goed met hem zou komen, en hij het pad zou volgen dat zijn moeder voor hem had uitgestippeld. Maar nu was daar iets heel anders tussen gekomen. Pipet was vastbesloten om Club het geheim van het vreemde wezen te ontfrutselen. Toen hij later die dag Club dan ook tegenkwam, vertelde hij wat hij gezien had en bleef net zo lang zeuren tot Club het opgaf en vertelde wat het was dat hem zo opgejaagd maakte.

Club was een binder. Iemand die een pact sluit met een wezen dat eigenlijk nergens hoort te bestaan. Dit was dan ook precies was de dienaren der goden tegenstond: machtige wezens, die buiten het terrein van de goden bestaan. Als dat algemeen bekend zou worden, konden zij wel inpakken. In ruil voor de krachten van het wezen, liet Club het wezen ‘meekijken’ door zijn ogen, waardoor het een stukje van de wereld kon ervaren. Bovendien vertelde Club dat er verschillende van dit soort ‘vestiges’ waren, met verschillende eigenschappen, en dat je daar mee in contact kon komen door een bepaald zegel te combineren met een bepaalde naam.

Dit alles trok Pipet zeer aan. Als hij door een zegel te tekenen toegang kreeg tot de krachten van zo’n vestige was dat wel heel makkelijk. Toen Pipet dat dan ook zei, zweeg Club even. Na een korte stilte vertelde hij dat er soms wel nadelen aan kleefden. Elk pact was opnieuw een test van persoonlijkheid. “Soms win je, soms verlies je. Maar altijd krijg je de krachten van de vestige. De vraag is of de vestige ook invloed over jou krijgt. Bovendien is het te zien wanneer je een pact hebt gesloten.” Carefree als Pipet was, negeerde hij deze waarschuwing gerust, en drong erop aan dat Club hem een zegel leerde. Dit wilde Club echter niet doen. Hij vond het te gevaarlijk, zeker met een lading clerics achter hem aan.

Het duurde echter niet heel lang voordat de groep heksenjagers een mysterieus gerucht opvingen over iemand die toevallig heel ergens anders afschuwelijke godenschennis aan het toepassen was: Pipet kreeg zijn zin. Club voelde zich toch enigszins in de schuld staan bij de jonge Pipet en uiteindelijk leerde hij hem een niet zo veeleisende vestige aan te roepen, voor hij verder vluchtte.

Met behulp van deze vestige wist Pipet zijn moeder zo ver te krijgen hem op reis te laten gaan. Onderweg kwam hij er echter al snel genoeg achter dat hij met één vestige nog lang niet de wereld aan zijn voeten had, en dat het toch wel handig zou zijn om ook andere vestiges aan te kunnen roepen. Zo begon Pipet op zoek te gaan naar oude manuscripten die wellicht beschrijvingen voor meer vestiges bevatten en kwam hij onverwachts, en misschien ongewild, toch nog veel te weten over hoe dingen in elkaar zitten. Deze zoektocht leidde Pipet ondanks zijn jeugdige leeftijd naar allerlei oorden, waar hij ook andere avonturiers tegenkwam.
Bram
 player, 16 posts
Sun 11 Jan 2009
at 22:27
Re: PIPET
Na lang nadenken heb ik ook nog een background voor Eltharion verzonnen.

Het verhaal van Eltharion.

De adel zit vol met zijn geheimen. Elke edelman heeft zo hier en daar zijn bastaard kinderen lopen. Verweggestopt in een tehuis, nog stiekem onderhouden, volledig erkend of verlaten en verstoten. De adel heeft zo zijn wijze, om te gaan met hun vergissingen.

Zijn moeder was niet bepaald van het verzorgende type. Zij dronk veel en had vele minnaars die niet allemaal even vriendelijk waren. Op jonge leeftijd moest Eltharion er maar zelf voor zorgen hoe hij aan zijn eten zou komen. Hij zocht zijn toevlucht in de straten van de achterbuurten van Stromhold. Door middel van stelen, inbreken en oplichten probeerde hij ervoor te zorgen dat er ’s avonds nog een warme maaltijd voor hem op de plank stond.

Eltharion bleek goed te zijn in zijn vak. Op redelijk jonge leeftijd trok hij de aandacht van het plaatselijke dievengilde. Hij verkreeg daarin goede aanzien en naam. Het gilde bestond uit alleen maar half-elven. Zij waren eveneens door hun beide ouders verstoten en voelde zich door geen van beiden gemeenschappen geaccepteerd. Zij deelden hun afkeer tegenover zowel mensen als elven, waarin Eltharion zelf het mildste in was.

De vader van Eltharion had goede connecties in de straten van Stromhold. Hij kwam er dus al snel achter dat zijn zoon carrière aan het maken was. Bekend met de reputatie van het gilde en de angst die hij had dat zijn slippertje van vele jaren geleden publiekelijk bekend zou worden, besloot hij om zijn “vergissinkje” eventjes uit te wissen.

Daarop kreeg Eltharion op een goede nacht bezoek van twee duistere figuren. Door zijn behendigheid wist Eltharion nog net de eerste pijl te ontwijken. Zo vlug als hij kon probeerde hij de assassins te ontvluchten. In een steegje sloten zij hem in. Eltharion kon geen kant meer op en hij voelde zijn hart steeds sneller kloppen toen de twee moordenaars dichterbij kwamen. Hij dacht dat zijn laatste uren hadden geslagen, totdat een van de assassins in elkaar zakte. Kort daarop volgde de tweede.  Een van zijn vriendjes uit het gilde hadden gehoord van de plannen van Eltharion’ s vader en waren hem te hulp geschoten.

Gealarmeerd door wat zijn helpers hem te vertellen hadden besloot Eltharion vlug zijn spullen te pakken en Stromhold te verlaten. Voor een tijd lang zat hij ondergedoken op het platteland. Daar kreeg hij te horen dat de heer Strom contracten aanbood aan avonturiers. Eltharion, die nog steeds wraakgevoelens koesterde jegens zijn vader besloot dat het in contact komen met de heer Strom misschien wel een manier zou kunnen zijn om dichter bij zijn edele vader te komen.

Met deze gedachte keerde Eltharion terug naar Stromhold. Eenmaal daar aangekomen bleek de stad totaal niet meer hetzelfde te zijn. Een grote toren was verrezen en de stad was vrijwel leeg. Hij ging daarom opzoek naar zijn oude huis om te kijken of hij nog een van zijn oude spullen kon vinden. Daar aangekomen ontmoette hij drie figuren. Een van hen was wel 7 voet groot en had groene ogen en een steenachtige huid, de ander had lang zwart haar, blauwe ogen en een glinsterend kristalachtige huid met een emotieloos gezicht. De laatste was duidelijk een Half-Orc zoals hij er wel velen heeft gezien. Deze bezat echter de fijne rogue-achtige skills dat niet typisch is voor de vaak brute Orcs.  Hij besloot echter met hen mee te gaan om te ontdekken wat er met Stromhold gebeurd was. Tot zijn vreugde bleken de drie te behoren tot een zeer eigenaardige party die regelmatig door de heer Strom wordt ingehuurd. Heeft hij nu toch zijn weg naar binnen gevonden.... ?
Bram
 player, 24 posts
Tue 3 Feb 2009
at 11:34
HENRY GALE
Bij deze de bio van Henry Gale

Het verhaal van Henry Gale

Wat ik over mijzelf te vertellen heb...? Wat voor interessants zou een simpel persoon als ik nou te vertellen hebben? Goed... als je het persé wilt weten. Ik ben grootgebracht in een klein plaatsje net buiten Stromhold city state, Minnesoata genaamd. Mijn vader was de plaatselijke Smit en hij vond het belangrijk dat ik al vroeg leerde hoe mijzelf te verdedigen.  Dat is niet zo gek als je de omgeving bekijkt. Het wordt omgeven door een bosrijk gebied en het bos is begeven door de meest gevaarlijke wezens denkbaar. Het gebeurde dan ook regelmatig dat een buurtbewoner op pad ging en zwaargewond terug kwam, of ook helemaal niet....

Het was op een tragische dag dat mijn dorp overvallen werd door een groep bandieten. Zij waren opzoek naar slaven en hadden ons dorp uitgekozen als bron. Dapper als de bewoners uit ons dorp waren verzette wij er ons er tegen. Jongens en meisjes, mannen en vrouwen, iedereen die oud genoeg was om een wapen te dragen en te gebruiken verdedigde het dorp met harde hand. Mijn vader, zo woest en sterk als hij was, sloeg de bandieten keer op keer neer met zijn smeedhamers, totdat ook voor hem het noodlot toesloeg. De bandieten waren met eenvoudig weg met veels te veel en de bewoners van mijn dorp konden het niet van ze winnen. Ik zelf werd zwaar geraakt door een hard voorwerp en viel bewusteloos neer op de grond.
Toen ik wakker werd was mijn dorp verlaten. De eens zo levendige straten stonden er maar verlaten bij. Tot mijn schrik bleek dat mijn vader omgekomen was in de strijd, om hem heen lagen de vele overblijfselen van de verslagen bandieten. Stiekem was ik ook wel opgelucht, want ik wist dat het lot  van de overlevenden vele malen erger zou moeten zijn dan de doden.

Verbitterd als ik was heb ik mijn dorp verlaten. Ik ben mee ge gaan met een voorbij trekkende karavaan richting Stromhold. Daar heb ik mij aangemeld als wachter voor de heer Strom. Vele jaren heb ik trots gediend in zijn wacht. Wetende dat het bij hem voor een goede zaak was. Echter na jaren van trouwe dienst is er helaas een einde aan gekomen. Ik probeer nu mijn leven een andere zinnige invulling te geven door mee te werken in jullie party, waar ik mijn vaardigheden tot het uiterste kan benutten.

Ik hoop dat u niet verveelt bent geraakt door mijn simpele verhaal. Hier, neem nog een drankje  en laten we het over hele andere dingen hebben....

This message was last edited by the GM at 11:34, Tue 03 Feb 2009.

Gharden Rhaine
 player, 3 posts
Sun 1 Mar 2009
at 13:42
Re: Ghardan Rhaine
House Rhaine
…In his dead hands. It seemed even in death he tried to keep that book away from him. The life was drained from the priest now and he stood looking at it with fascination, the bloodstained knife in his right hand. He slashed at the priest’s fingers still clutching the dark leather bound book. And as the last finger fell to the floor, so went the heavy book, which came down with a loud thud on the red carpet.  The boy wasn’t concerned about the noise though, the priest lived all alone in this big house, where no one could disturb him now.  He took the blade of the knife to his mouth and licked at the warm blood. Sweet and refreshing the boy felt a surge of energy going through him and hungered for more. He set the edge of the knife on the body of the dead priest and started to cut it to pieces. Intoxicated by the blood he took out the heart and bit down on it as one would an apple. The boy shrugged, not very tasteful.

He sat down  on the soaking wet carpet, soaking wet with blood ofcourse, in front of the body. He picked up the book and opened it. Libris Mortis, book of undead, it said in big golden letters. This was the book he had been looking for. This was the book the voices had told him about. The voices were quit now, they went quit when the screaming started, they always did when he started the killing. The priest was not his first kill. The boy had killed his path towards the book, done everything to obtain it and now he had it. He opened the first page and searched the index, ran his thumb along the pages. He heard a soft whisper and looked up, was it voices? He was still alone with the dead body. He went on searching the pages of the big book when he heard it again, this time louder and close! He looked up and saw the cut up, heartless, bleeding body of the priest move.

Still alive? The boy thought. “How can you live without a heart?”, the boy asked genuinely interested. The priest made an awfull sound and vomited, his throat cleared of blood the priest started talking; “With the power left in me, I bid you Corellon, holiest of holy. Curse this boy, who is so full of evil. ..”.  The boy started laughing, a sickening cackle, “So your so called god is keeping you alive? Does your god want you to suffer so?”.  The priest looked down at the boy with hatred, “Soon I will go to him, my beloved Corellon and I’ll be safe and never feel pain again, but I have one last thing to do. There is one thing Corellon wants me to do before I go”.  The priest started chanting and stood up slowly he reached with his right hand and took up a warhammer which stood next to the chair. The boy looked confused at the hammer, he hadn’t seen that there before. He looked at the ruined body of the priest and was amazed by it’s ability to move, he could tell the priest was actually alive, not animated. His god kept him alive to do this one last thing. In his amazement the boy forgot to move and saw a little to late the big hammer coming down towards him. He jumped to his left but the big hammer hit him square in his right shoulder. The pain flowed from his shoulder and he dropped the knife. The priest took up the hammer once more and raised it above his head, “In Corellons name I shall purge you from this world, you were not meant to be! You are an abomination! And do not deserve to live. That book shall not fall in your hands! It was my sacred duty to protect that book from falling into the hands of those who wish to do wrong with it. And with my last bit of life I will protect it from you! Fiend!”. The hammer came down again with a mighty blow, but this time the boy knew. He jumped to his right, dove to the floor and the hammer missed him. “I will enjoy my time with you!”, the boy screamed. “I should thank Corellon for keeping you alive, to feel everything I’ve done to you!”. The priest did not see the boy had picked up the knife from the floor while he dove. “You know how I found out about this place? About the book? About you protecting it? I’ve killed everyone you knew, everyone who knew you had the book!”. The priest looked confused and scared and hesitated a moment. This was all the boy needed, he rushed towards him and planted the knife firmly in the rights side of the priest’s skull.

There was one last gurgle before the priest fell to the floor, his breaths coming slower and slower. The boy bent forward making sure the priest saw his face and would hear his voice in his last moments. “I know about your secret priest. I found out you had a wife and child, despite your church forbidding it.  You know what I did? I found them. I killed them! And I took my time with them.” The priests eyes went big and tears mixed with blood streamed down his face. This was one of the most beautiful moments the boy had experienced, he wanted to savor every second of it. But it was finished. The priest lay silent and dead.

The boy got up and picked up the book. He walked towards exit of the room and passed a mirror. His blood covered face and clothing would stand out on the street. Just as he was about to turn around a familiar shape moved beside him. “Greetings Ghardan”, Elkar said, “I see you finally obtained the book you were looking for? My father will be pleased.”. The person moved to a closet and pulled out some clothes, inspecting every piece. “You’re talkative today, Elkar. I found the book indeed and you know as well as I do I don’t care about pleasing your father.  The book is mine and I will use it for my own needs.”. “Good.”, said Elkar and tossed a few pieces of clothing to the boy. Ghardan took the hint and changed his clothing, after that they left the mansion.
The sun was just coming up, a new day beginning as Ghardan walked home, the leather bound book close to his chest. Elkar had left already, that one seemed to come and go as he pleased and never told him nothing about what he was doing. Thinking about it, Elkar never talks about anything. The first time they met Ghardan thought Elkar was a mute and almost passed out with surprise the first time he actually heard him talk, one year later. They became friends of sorts. They helped eachother where they could. It seemed they had the same dreams.

After a few hours walk, a big castle doomed up in front of the boy, his parental home. The house Rhaine. His family was a big important family and rich beyond imagination.  Ghardan was twelve years old now and still remembered the beatings his father gave him or the looks of disapproval his mother gave him. They knew something was wrong with him, they knew he would never be a man like his father or the one before that. Ghardan was never interested in politics or economics. He knew about them, Ghardan was very intelligent and wise even at his young age, but he was never interested in that. He had other passions. ..
He arrived at the big doors of his house and opened them. Through the big entry hall he went to dinning hall to say hello to his parents. “Hi, mum, hi, dad! Lovely day today, huh?” he said while walking passed to two corpses seated at the dinner table. They were his first kills at the age of 8, he couldn’t stand the accusing looks of his mother so he cut out her eyes while she was sleeping. The screaming woke up his dad, but prepared for that , he struck him at the side of his head with a heavy statue. His dad passed out and his mother was screaming, clawing at the walls blind as she was now. She was an easy target now, Ghardan walked up behind her and struck her across the face with the statue. That shut her up at once. He looked down on the bodies of his parents and sighed, why was he so smart and they so stupid? Why did the always treat him like garbage? He took his dad by the legs and dragged him towards his room.  With a few thick strong ropes he tied his father up against the wall. The he dragged his mother to his room and tied her to a chair opposite to his father. The voices had told him the time was now, so he had made his move. Not that he trusted the voices in his head, but he figured the time was right. Ghardan took a knife and made a deep cut in his father’s leg, waking him. “Hi dad, you might notice the pain in your mouth and your inability to speak. Let me clarify for you, that is because I have cut out your tongue and destroyed your vocal cords. I thought it was fitting, you used to berate and hit me, both are impossible to you now. Look!”, the boy pointed at the stumps at the end of his father’s arms, he had cut of the hands. His father started crying. “Yes, you see now? You’re life is over and so is mothers”. He woke up his mother who started screaming again, “Ghardan, you brat, what have you done! Why did you do this” in between screams of anguish ofcourse, for a empty eye sockets left bleeding tracks along her cheeks. “Shut up, mother!”, the boy said, “Or I’ll be forced to cut out your tongue and vocal cords as well.”. His mother fell silent.

He tortured them for a long, long time. Before the end he was forced to silence his mother as well. And when the sounds, cries, tears and blood finally stopped, so did Ghardan. As a trophy he displayed his parents now, seated at that dinning table, the corpses were 4 years old and well into the stages of decay. He didn’t mind, he liked the smell of the rotting carcasses.
From the time he was 8 till he was 16 he had kept the death of his parents a secret. Doing all the work himself no one had ever noticed his parents missing. Ghardan read in his dark book and studied all he could find on dark magicks and rituals.

Until at age 16 an old friend of his parents came to the mansion, wanting to see them. Ghardan indulged him and took the old man to see his parents… Ofcourse the old man reacted in shock when seeing the two bodies seated at the dinning table, little more then skeletons now. But what Ghardan didn’t expect was the strength the old man still possessed. He succeeded in escaping Ghardan’s  knife and the mansion.

Later that evening, as expected, the old man returned, with a mob of angry people carrying burning torches and pitchforks. They were screaming for Ghardan to show his deamon face, they wanted blood and burned down the house. Ghardan escaped with his most precious books and research and fled to the countryside. Continuing his search for knowledge together with his ‘friend’ Elkar, who still appeared and disappeared when he liked.

At long last Ghardan found a tmple of Nerull where people promised him the could teach him everything he ever wanted to know. So he joined the church of Nerull and underwent the ceremony of membership, spending several months buried alive in a coffin, without food and drink. When he finally emerged he was pale beyond pale and as thin as a blade of grass. He barely survived and the masters at the church praised him for his dedication to Nerull, for never had anyone spent so long underneath the ground and came out alive.
Reading and learning everything the church had to offer Ghardan left when he was 20 years old. Not satisfied. The church couldn’t teach him everything he wanted as they had promised. He made his way to Stromhold, ever searching for knowledge…

This message was last edited by the player at 22:27, Sun 01 Mar 2009.

Tik Tik
 player, 6 posts
Fri 7 Aug 2009
at 18:00
Re: Ghardan Rhaine
Ver ten zuiden van stromhold ligt een desolaat gebied.
Er groeien wel wat planten en er leven ook nog wel wat dieren.

Dit is de savanne een hard een heet land. Een mens die niet bekend is met het gebied zal daar in ongeveer 1,5 dagen sterven door gebrek aan water.
Dat komt omdat men veel zweet en er geen water aan de oppervlakte te vinden is.
Als men wil overleven zal men moeten weten hoe men water vast houd en water kan vinden.

In dit desolate land wonen wel een handje vol mensen maar die zijn erg op zichzelf (bekijk de film "the gods must be crazy" AANRADER) ook leeft er een volk dat iets weg heeft van een mens maar meer lijkt op een gigantische bidsprinkhaan.
Dit is het volk van TIK TIK.

TIK TIK groeide op in de veilige armen van zijn moeder, zijn vader heeft hij nooit gekend en zijn moeder wou niet over hem spreken en beval TIK TIK om hem te vergeten.
Zo gezegd zo gedaan, de kleine Thi-keen besteedde geen aandacht meer aan wie zijn vader zou kunnen zijn, waarom zou die ook als hij zo'n lieve moeder had.
De groep waar hij bij hoorde bestond uit ongeveer een man of 9 inclusief hijzelf.

Elke ochtend werd het kamp opgelapt en vertrokken zij op weg naar de volgende plek om te overnachten, onderweg waren er meestal drie die in een omtrekkende beweging werden gestuurd om te jagen en te scouten. Daar zijn de thri-keen namelijk erg goed in in hun eigen omgeving. Het kwam wel eens voor dat mensen het pad kruisten maar dan liet de groep ze gewoon langs lopen. De mensen hadden niet eens door dat zij er waren vanwege de uitstekende verstop techniek van de groep.

Toen TIK-TIK een jaar of 19 was besloot hij om uit de groep te stappen, dit is vrij gebruikelijk bij zijn volk zodat er een bepaalde mengeling ontstaat in de genen.
Aanvankelijk dacht TIK-TIK om zich te voegen bij een andere groep thri-keen's.
De jonge thri-keen rees naar het noorden, verder dan dat hij zijn groep had horen spreken over het land.
het viel hem op dat alles groener werd , dat vond TIK-TIK wel fijn want het was hier veel makkelijker voedsel vinden, wel was het hier belachelijk koud.
Het gehele plaatje intrigeerde de thri-keen wat zou er achter die bergen liggen?
Zo bracht de reis van TIK-TIK hem door vreemde landen. Naarmate het zich van de jongen volwassener werd begon hij dingen te zien die goed en fout waren.
Langzaam maar zeker begon hij zich er tegen te verzetten en waar mogelijk er zelfs iets aan te doen.
Hij maakt onder andere korte metten met een groepje orks die bomen aan het omkappen waren om geen enkele reden.
Tot hij Slugart ontmoete die hem vertelde over een groepje die zijn meester hadden vermoord, toen is hij samen met Slugart op die mensen af gegaan en terwijl zij eropaf stoven sprak de thri-keen een vloek uit. Toen zag TIK-TIK tot zijn grote verbazing dat zijn woorden meer konden dan alleen communiceren.
De dood van de meester van Slugart was al snel vereffend met de bloedende lijken van de foute groep.

Slugart en TIK-TIK raakte bevriend en trokken samen naar stromhold toe.
Regina
 player, 2 posts
Mon 5 Oct 2009
at 21:39
Regina Elizabeth le Patricie de Bourgonce
"Ik kan me goed herinneren hoe ik vrij kwam. Het was een bijzonder koude dag. Ik kan me niet voorstellen dat het ooit kouder is geweest dan toen. De rivier was bevroren, maar het sneeuwde niet, het was een droge kou.  Ik was 16 in die tijd, en had al drie kinderen gebaard aan de monsterlijke Torq, met zijn behaarde rug. Dat één van hen een jongetje was betekende dat ik op een deken mocht slapen, in plaats van op de ijzige grond. De ork kwam al aan mijn bed sinds mijn negende, en het feit dat ik nu zwanger was van een vierde kind hield hem al twee maanden weg. Mijn zus, drie jaar ouder dan ik, had pas haar vijfde gebaard. Al haar kinderen waren zonen, en dat had ertoe geleid dat zij meer privileges had dan ik. Ondanks alles zag ze mij nog altijd als haar kleine zus. Ze was walgelijk. "

"Mijn ontsnapping kwam toen zij, ork-lieveling als ze was, mij meenam naar de rivier om te baden in een wak. "Koud water zal ervoor zorgen dat jij ook een zoon krijgt Annabeth!" Wist ze mij te vertellen. De bruten die normaal toezagen dat ik bleef waar ik was lieten mij met haar meegaan, een vrouw in mijn positie was geen probleem als Christina, of Christa zoals ze zich nu liet noemen, mij meenam en toezag."

"De rivier was bedekt met dik ijs, maar halverwege het midden van de rivier was een wak gemaakt om te vissen. Het was hiernaartoe dat mijn zus mij meenam. Het was geen groot wak, een meter doorsnee ongeveer, maar terwijl Christina de dunne laag ijs die zich alweer had gevormd kapot trapte, trapte ik haar het wak in. En duwde haar onder. Vervolgens stak ik zo snel als ik kon de rivier over. In het midden werd het ijs dunner, en het was maar goed dat ik ondanks mijn zwangerschap niet veel woog, of ik was er door gezakt. Aan de andere kant ging ik op zoek naar een schuiplaats."

"De weken erna voelden als een bevrijding. Het was nog steeds koud en onaangenaam, maar ik was bevrijd van de orks. Mezelf bevrijdde ik van een ongewensde parasiet in mijn buik. Na twee weken was ik ver genoeg van de orks weggekomen om veilig te zijn. Toen ging ik op zoek naar mijn eigen volk: de sharakim. "

"Ondanks de uiterlijke eigenschappen die het gepeupel misschien doen denken aan orks, zijn wij een zéér verschillend volk. Waar orks hersenloze plunderende bruten zijn, is de sharakim samenleving het toppunt van cultuur en gastvrijheid. Geen wonder dat ik er naar terug verlangde, ondanks dat ik het alleen kende van mijn vroegste jeugdherinneringen, van vóór ik werd meegenomen door de orks. Het was gelukkig dat mijn moeder in die vroege jaren van gevangenschap nog leefde, of ik had alleen mijn eigen instincten gehad om mij van de barbaarse orkcultuur te weerhouden."

"Mijn tocht was lang, en zwaar. Ik had moeite mijzelf te onderhouden, en verschool mij vaak in geplunderde ruines. Mijn drang naar cultuur was sterk, en wanneer ik in eenvan die ruines boeken vond, las ik deze gretig. Goud en andere waardevolle spullen waren meegenomen, maar alles wat waardeloos geacht werd bleef achter. Op één plaats, een voormalig tempel of klooster, vond ik religieuze teksten. Van mijzelf had ik geen god, en Gruumsh had mij geleerd dat ik er ook geen wilde, of nodig had. Sommige van deze teksten bevatten echter kennis die de deuren naar goddelijke magie openden."

"Uit een notitieboek van één of andere monnik scheurde ik de weinige beschreven pagina's, en in dit boek begon ik alle relevante kennis die ik tegenkwam te verzamelen. Wat ik mee kon nemen, nam ik mee, en wat niet meegenomen kon worden, muurinscripties, half vergane teksten, vernietigde ik. Tegen de tijd dat ik eindelijk in de gebieden van mijn volk kwam, had ik een korte lijst van spreuken met goddelijke oorsprong die ik kon gebruiken, en een hoop mystieke kennis."

"Mijn terugkomst was hartverwarmend. Alleen en familieloos als ik was, werd ik geadopteerd door de De Bourgonces. Ik trok bij hen in, en het was zeer bevredigend om weer met mijn volledige naam, Regina Elizabeth,  aangesproken te worden. De familie had ook een zeer bijzondere bibliotheek, waar enkele stukken op mysterieuze wijze uit verdwenen. Ook in de omgeving bleken er diverse bronnen van oude kennis te zijn. Vooral een druïdische grove in het woud was erg interessant. Na enkele jaren begonnen er echter problemen te ontstaan."

"Het verblijf in de commune was erg verlichtend, en ik leerde er veel. Toch werd het op een gegeven moment tijd om verder te trekken. De situatie toendertijd hielp mij deze beslissing te maken. Ik had binnen de samenleving de taak op mij genomen de jongeren te instrueren. Tenslotte had ik inmiddels veel kennis op gedaan. De school was echter een erg oud gebouw, en ondanks dat het niet erg veelbelovend was, besloot ik toch de kelders en zolders te doorzoeken op zoek naar oude documenten. Wat ik er tegenkwam was wonderbaarlijk. Tot één van de snotneuzen mij stoorde. Blijkbaar was de kelder een favoriete verstopplek voor vervelende kinderen."

"Lang liet ik mij niet storen door de snotneus, maar ik kon niet riskeren dat deze mijn zoektocht bekend zou maken. Ik had tenslotte menig oud voorwerp of document doen verdwijnen in de omgeving, en het zou mij slecht uitkomen als ik daarvan verdacht zou worden. Het kind sloot ik vastgebonden op in de kelder en de school zette ik in brand. Brand kan tenslotte gebeuren. Toch bleek de vermissing van het kind op mijn rekening te worden gezet. Blijkbaar hadden enkele van de andere snotapen mij ermee geassocieerd, en ik zou tenslotte besmet kunnen zijn met de chaotische en kwaadaardige natuur van orken terwijl ik door hen gevangen was."

"Vanwege de belachelijke aanteigingen jegens mijn persoon zag ik mij genoodzaakt te vertrekken, iets wat ik al langer van plan was. Het was tijd dat de wereld mij leerde kennen. Tijd ook, om wraak te nemen op de ork die mij zo lang het leven zuur had gemaakt: Torq. Alhoewel ik veel groei had doorgemaakt in mijn tijd alleen en bij mijn nieuwe familie, was mijn macht nog niet dusdanig dat ik het orkenkamp binnen kon stampen en verpulveren. Ik wist met een ingenieuze truc de man echter zo ver te krijgen om alleen naar een afgelegen plek te komen. Daar wist ik hem te overmeesteren."

"Het duurde lang voordat hij stierf, en wraak was nog nooit zo zoet. Zijn zoon (ik weiger het als de mijne te erkennen) kwam hem zoeken, jong als hij was, en hem gooide ik bij zijn vader in het graf. Voor mijn dochters riep ik een demoon op. Ik gaf het weerzinwekkende weze n de opdracht hen te zoeken, en liet het aan hem over wat ermee te doen. Ik wilde geen van mijn bloed vermengd hebben met de walgelijke orks."

"Met mijn wraak volbracht ging ik op pad naar een plaats genaamd 'stromhold'. Vergeleken met het land van mijn volk moest het wel een verderfelijke plaats zijn, maar als ik mijn faam wilde maken kon ik het beste beginnen op de plaats waar deze voor het oprapen ligt, verderfelijk of niet. Groot was mijn verbazing toen ik aankwam in de stad en overal aanplakbiljetten zag met een lijst personen die gezocht werden. Iemand die in deze stad gezocht werd moest óf werkelijk afschuwelijk zijn, óf de moeite waard. Ik besloot het risico te nemen, en te gaan kijken op de plaats waar zij zich zouden bevinden, ongeveer een dagrit van de stad. Daar aangekomen bleek er een slachtpartij plaatsgevonden te hebben. Een veel te grote elf stond nog één van de beschrevenen aan te vallen, en er lag overal bloed. Ik besloot mijn opgedane kennis te delen met de winnende partij. Later kon ik altijd nog een beslissing maken."
Chunk
 player, 30 posts
Tue 17 Nov 2009
at 11:23
Re: Regina Elizabeth le Patricie de Bourgonce
Oorlog!  Wat een concept. Nooit geweten dat het zo veel ellende met zich mee bracht.
Wij zijn gemaakt om te dienen. Om te doden.  Dat is alles. Zonder vragen te stellen. Zonder gevoel.

Lang geleden heerste er een vreselijke oorlog. Een oorlog zo erg dat de bevolking behoorlijk werd uitgedund. Deze oorlog duurde jaren. En de legers werden steeds kleiner omdat er steeds minder mensen over bleven om te kunnen vechten. Men kon elke volwassen man wel in zetten. Maar het normale leven moest ook door gaan. En kinderen konden niet vechten.
Daarom, op een dag, riep mijn meester al zijn adviseurs en geleerde bij elkaar.
Van elke hoek uit het land kwamen de geleerde bij elkaar.

“We moeten wat doen, dit kan zo niet langer!” riep de koning. “Als we zo door gaan blijft er aan het eind niemand meer over. Iemand ideeën?”. En zijn ogen gingen de tafel rond.
Iedereen keek elkaar aan, toen weer naar de koning, en toen weer naar elkaar.
Een van de geleerde stond op. “Hoogheid. Er is altijd een mogenlijkheid om een leger met constructs te maken van metaal.” “Constructs?” reageerde de koning vragend. “Maar die dingen zijn niet in de hand te houden. Tenzij er een magier bij blijft. En dan nog moeten we er genoeg hebben om een heel leger te kunnen vormen”.  “Nee sire, er is een mogenlijkheid om met hout en metaal een construct te maken die gewoon bevelen opvolgt en verder zelf kan denken tijdens een gevecht. Het is oude magie, maar het is mogenlijk.”
“Maar hoe komen we aan zoveel metaal en hout om een heel leger te maken?” riep een andere geleerde. “We kunnen de Dwergen om genoeg metaal vragen en wat hout betreft. Bossen kunnen we weer aanplanten.” riep een andere geleerde.
“Maar als we de bossen kappen krijgen we de Elven op ons dak.” riep weer een ander.
Het werdt een rumoer van de hoogst orde. Ierdereen riep door elkaar heen.
De koning stond op, deed beide armen de lucht in. “MENSEN! MENSEN!”
Iedereen werdt stil, en keek de koning aan. “Laten we allemaal kalm blijven en rustig nadenken. We kunnen vast wel tot een diplomatieke oplossing komen met de Elven. Maar voor nu moeten we een beslissing nemen.”
Zo gezegt zo gedaan. Alles werdt in touw gezet om het idee te realiseren. Al na een week kwamen de eerste constructs to leven. En na een maand van voorbereiden ontstond er een leger waar niet mee te spotten viel. Overal waar je keek zag je Warforged.
Fighters maar ook Mages.

De oorlog ging verder. We waren niet te stoppen en de linies van de vijand werden goed uitgedund. Na een nog  ongeveer 3 maanden was de oorlog zo goed als over. We hadden gewonnen. Er was bijna niemand meer over van de legers van de vijand. En beide koningrijken kwamen tot een overeenkomst.

Een maand later begon de wederopbouw van het rijk. Alle warforged werden ingezet om te helpen. Omdat we met zoveel waren, en wij geen slaap nodig hebben zoal mensen doen, waren we binnen een jaar klaar met alles.

Na dat jaar kwam het volgende probleem. Waar gingen ze al die warforged laten als ze niet nodig waren. Niemand wist daar een goede oplossing voor te verzinnen. Dus werden heel veel van ons vrij gelaten om te gaan en staan waar we willen. Veel van ons werden in gehuurd in de steden als wacht voor warenhuizen. Ook werden er een paar gebruikt door de onderwereld voor “bepaalde” doeleinden.

Maar trokken er veel de wereld in, op zoek naar ervaringen, leren, helpen, avontuur.
Maar vooral de ervaringen die je daar mee op doet.

Zo ben ik uiteindelijk in Stromhold aangekomen na een lange reis. Onderweg met een aantal verschillende groepjes meegereisd. Veel geleerd over andere soorten rassen.
Hoewel gnomen en halflings vaag blijven. Maar ondanks dat is deze groep het meest rare wat ik heb gezien. Iedereen heeft wat tegen elkaar maar toch werken ze samen. Maar goed ik zal wat dat betreft vlees zakken  mischien nooit begrijpen.